door Seije Slager
Na de ‘canon van Nederland’ lijkt het hek van de dam: als regio of organisatie tel je niet meer mee zonder eigen canon.
Het is lastig voor te stellen, maar ooit was het opstellen van een canon een serieuze zaak. Op het spel stond niets minder dan de authenticiteit van de goddelijke openbaring: welke boeken hoorden wel en niet tot de bijbelse canon?
Die tijden zijn veranderd. Vandaag verschijnt het stripalbum ‘de historische canon van Fokke en Sukke’, met cartoons over de Nederlandse geschiedenis. Maar die volgen in ieder geval nog braaf de vijftig vensters die vorig jaar door de commissie-Van Oostrom werden voorgesteld. De canon van die commissie wilde geen dictaat zijn en dat lijkt misschien iets té goed gelukt: ieder zichzelf respecterend deelbelang komt tegenwoordige met een eigen deelcanonnetje op de proppen, vol zaken die íedereen zou moeten weten’.
Zo zijn daar regionale canons. In Leiden, Amsterdam, Overijssel, Friesland, overal zijn canoncommissies aan het werk om de historische hoogtepunten van eigen stad of streek te boekstaven. Vaak zijn ze opgericht uit onvrede met de officiële Nederlandse canon, die vooral een ‘Hollandse’ canon zou zijn. En soms lijken ze juist een slap aftreksel ervan: zo bevatten de voorstellen voor de Zeeuwse versie ‘Buitenhuizen op Schouwen-Duiveland’, in plaats van de fronsend onthaalde ‘Buitenhuizen aan de Vecht’, van de nationale canon.
Het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap, dat een Limburgse canon opstelt, deelt de kritiek op de ‘Canon van Nederland’, vertelt directeur Henk Boersma. Is zin provinciale canon dan niet provincialistisch? Allerminst: “Onze geschiedenis is verweven met streken die nu in België of Duitsland liggen. De Limburgse canon heeft straks meer internationale uitstraling dan die van Nederland.”
Naast de regionale zijn er ook functionele canon-initiatieven, zoals de bèta-canon van de exacte wetenschappen, die door de Volkskrant wordt gepubliceerd.
Waar zulke bèta-kennis nog onder algemene ontwikkeling valt waar iedereen mee te maken krijgt, geldt dat minder voor veel puur ‘informatieve’ canons. Vorig jaar schreef Kees Paling het boek ‘Canongebulder’, een canon van de vaderlandse militaire geschiedenis. En vorige week riep de Vereniging van Nederlandse Gemeenten haar leden op tot het doen van suggesties voor een gemeente-canon, waarin bijvoorbeeld het functioneren van stadsdeelraden zou worden uitgelegd. “Ik weet niet of er belangstelling voor is, maar het valt me wel op dat zelfs mensen die in politiek geïnteresseerd zijn, nauwelijks weten wat een burgemeester precies doet”, verklaart VNG-voorzitter Ralph Pans. “Misschien is dit een aardige manier om ze bij te spijkeren.”
De canon als een soort service voor informatiehongerige burgers. Je zou het ontheiliging kunnen noemen, of democratisering. Maar het is onmiskenbaar een trend. Ook het kinderfilmfestival Cinekid doet er aan mee en werkt aan een canon van jeugdfilms voor verschillende leeftijden. “Je moet niet denken aan een verplichte boekenlijst hoor, zoals je die op school hebt”, stelt een woordvoerster gerust. “Maar het is gewoon handig voor de ouders, zo van: ‘Goh, denk hier ook eens aan’. ”
Vroeger sprak een canon vanzelf
Cultuursocioloog Marc Verboord kan de ironie wel inzien. “Vroeger sprak een canon vanzelf. In de literatuur bijvoorbeeld was iedereen die er toe deed het er wel over eens welke schrijvers erin hoorden.”
Daarna werden canons ondemocratisch en achterhaald gevonden. Literatuuronderwijs ging uit van de smaak van de leerlingen, niet meer van de officiële canon. Inmiddels zijn we weer terug gaan verlangen naar die zekerheden van vroeger. “Maar dat betekent niet dat we het allemaal weer eens zijn over wat er in zo’n canon moet.” Met als voorspelbaar resultaat: een kakofonie van elkaar overstemmende canons, die misschien wel minder zekerheid verschaffen dan ooit.
Boarne: Trouw, 24-01-2007
FFU: Klik ris op ondersteande skeakels om te sjen wat der yn Fryslân op it mêd fan in eigen Fryske kanon libbet.
Klik op: LC-Tiidbalke en Opmaat Fryske Kanon.pdf om wichtige eleminten út in Fryske kanon op in tiidbalke te besjen en om te lêzen wat de kar is fan ûnderskate lêzers fan de Ljouwerter Krante (LC, 09-12-2006).
Klik op: LC-Vrouwelijke kanonnen.pdf om te lêzen hokfoar wichtige froulju oft in plak hawwe moatte soene yn de Fryske kanon (listke fan Trudi Dorrebooom-Rosenboom; LC, 09-12-2006).