Leren van het Brein. Leraren hebben baat bij nieuwe inzichten van hersenwetenschappen, 27/28-01-2007 (P-NRC)

Niki Korteweg

Het puberbrein is hot onder hersenwetenschappers, cognitiewetenschappers en mensen in het onderwijs. Vooral sinds drie jaar geleden opzienbarend hersenscanonderzoek liet zien dat het brein niet klaar is aan het einde van de kindertijd, maar dat het tot na het twintigste jaar doorrijpt. “Dat dachten onderzoekers en leraren al, maar nu is er ook bewijs uit de cognitieve hersenwetenschappen. En dat inzicht heeft ongelooflijke implicaties”, zegt Jelle Jolles, hoogleraar Neuropsychologie en Biologische Psychologie aan de universiteit van Maastricht. Hij voorziet dat inzicht in hoe de hersenen werken en leren een revolutie in het onderwijs teweeg zal brengen. “Het is nog te vroeg om te kunnen zeggen welke lesstof en op welke leeftijd en op welke manier het beste aangeboden kan worden. Maar het wordt booming business om die vragen te beantwoorden”, aldus Jolles.

Jolles nam het voortouw in Nederland om een dialoog op gang te brengen tussen hersen- en cognitiewetenschappers en mensen in het onderwijs. Hij is voorzitter van de commissie ‘Hersenen en Leren’ in 2002 ingesteld door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en het ministerie van Onderwijs. In mei 2005 legde die commissie haar aanbevelingen neer in het rapport Leer het brein kennen. Deze maand verscheen een uitgebreidere versie, Brain lessons.

Niet rijp
Een belangrijke conclusie van de commissie is dat het onderwijs meer rekening moet houden met de verschillende fasen in de hersenontwikkeling en met individuele verschillen in cognitieve vaardigheden. Zo blijkt bijvoorbeeld het brein van pubers nog niet rijp om in al te grote vrijheid te leren. Het hersendeel pal achter het voorhoofd, de prefrontale hersenschors, is nog volop in ontwikkeling. Dat hersendeel is nodig om na te denken over een plan, prioriteiten te stellen en het plan uit te voeren met de gegevens uit je geheugen. Kortom, om rekening te houden met consequenties van je keuzes.

“Kiezen voor iets wat hier en nu aanwezig is, kunnen jonge kinderen en pubers prima. Maar iets plannen of kiezen voor iets dat pas een week, een maand of een jaar later consequenties heeft, of waar emoties van anderen of jezelf mee gemoeid zijn, is moeilijker”, legt Jolles uit. “Dat leer je van je sociale omgeving. De hersenen ontwikkelen zich in reactie daar op. Het is een jarenlang leerproces dat vooral in de adolescentieperiode plaatsvindt. Steun en sturing door ouders en leraren is daarbij onontbeerlijk.”

Studiehuis
In het licht van die bevinding lijkt de manier waarop het onderwijssysteem nu is ingericht niet optimaal. Het Studiehuis, dat sinds 1998 praktijk is op veel middelbare scholen, behelst dat leerlingen in de hogere klassen zelf hun leerstof structureren. Ze krijgen grote opdrachten die ze zelf moeten opsplitsen in onderdelen, en plannen hun taken zelf. De rol van de leraar is naar de achtergrond geschoven, hij is meer procesbegeleider geworden.

Er zijn goede onderdelen aan het Studiehuis, vindt Jolles, maar de wens om leerlingen zelfstandig te laten leren is op sommige scholen te ver doorgeslagen. Een open opdracht zonder sturing kunnen de meeste scholieren niet aan. “Leerkrachten moeten adolescenten leren om de verschillende consequenties van hun handelen te overzien. Dat kan door concrete voorbeelden van de mogelijke gevolgen te geven, die zorgen dat de lesstof gaat leven. De motiverende en inspirerende rol van de leraar is heel erg belangrijk.”

De kennis over het puberbrein bevestigt de waarnemingen van leraren en schoolleiders bij hun leerlingen. […] Maar de ontdekking van het lang doorontwikkelende kinderbrein heeft ook implicaties voor basisscholen. “We doe nu de eindtoets als kinderen twaalf jaar zijn, om te meten welke richting een kind uit moet gaan. Maar sommigen hebben hun eindniveau dan nog niet bereikt. Er zijn individuele patronen in de ontwikkelingen van de hersenen, en dus ook van gedrag en leren, die ervoor zorgen dat sommige kinderen wellicht wat later zijn met de ontwikkeling van vaardigheden die op dat moment voor school belangrijk zijn”, aldus Jolles.  (www.hersenenenleren.nl).

Boarne: NRC Handelsblad (Wetenschap & Onderwijs), 27/28-01-2007, s. 49

<< Werom nei 'Poadium 2007'