▪ Met verbazing lees ik dat iemand met een accent het minder ver zou schoppen. Laat ik dan mijn carrière maar staken en Friese les geven! Sinds wanneer wordt het succes bepaald door de regio waar je vandaan komt en het dialect waarmee iemand is grootgebracht? Gaat het niet om de genoten opleiding, het prestatie- en doorzettingsvermogen?
Bedrijven zijn over het algemeen juist lovend over een noordeling op de loonlijst, hij of zij wordt gezien als een betrouwbaar persoon, iemand waarop men kan bouwen, die geen jaknikker is en hard werkt. Een Groninger, Fries of Drent draait minder om de hete brij heen.
Sommige verkopers steken van wal met een lang ‘lulverhaal’, zonder de koopargumenten te kennen. Recruiter Krikke meent dat in de sales een nuchtere Fries een minder goede performance kan geven! Mevrouw Krikke, die clichés zijn erg vermoeiend, het gaat erom of je de wensen van de klant weet te inventariseren, een persoonlijk contact weet op te bouwen en een goede after sales service biedt. In het westen blijkt dat deze eigenschap nog wel eens ontbreekt en mensen meer beloven dan waargemaakt kan worden.
Mijn licht Friese accent is juist mijn handelsmerk. Daar zijn Foppe de Haan, Johan Remkes, Henny van de Most en Wim Duisenberg de voorbeelden van.
Oant sjen!
Gerlof de Boer, Arnhem
▪ Natuurlijk ben je met alleen de streektaal meer gebonden aan de eigen streek en moet je voor belangrijker functies ook ABN kennen. ABN suggereert al dat de Algemene taal beschaafder zou zijn dan de streektaal. Beschaving hangt niet af van welke taal men spreekt, maar hoe je die gebruikt. En zit hier niet meteen de kern van het probleem: de arrogantie van de Randstedeling ten opzichte van de rest van Nederland? Volgens de Randstedeling is er niets mis met een accent of zelfs een Randstedelijk spraakgebrek zoals het niet kunnen uitspreken van de stemhebbende medeklinkers als het maar zijn accent of spraakgebrek is. Als het bij hem al te erg is, dan is het geen accent of spraakgebrek, maar volks. De d, v, z, b en g mag je dan uitspreken als t, f, s, p, en ch.
Met een sterk Goois accent mag je nog rustig het nieuws voorlezen of een programma presenteren.
Ook Linda de Mol wordt niet teruggefloten als zij in haar programma uitroept: ‘Sij sit in fak ses’ en van Robert ten Brink wordt niets gezegd als hij iemand presenteert met de woorden ‘Tit is Fictor Ferhoeveu uit Feenetaal’.
Een te zachte g is zeker een accent, maar heeft het uitspreken van de g als een ch niet meer weg van een spraakgebrek dan van een accent? Iedereen uit het zuiden heeft in de Randstad wel te horen gekregen dat hij ‘seker uit het Suiteu komp’ omdat hij ‘spreekt met een sachte chee’. Dit ook van mensen op hoge posten.
De niet-Randstedeling is toleranter. Als de Randstedeling in het zuiden komt en klaagt dat hij ‘fijf, ses, seefeu kereu te chracht heeft afchereteu sonter ut te finteu’, dan zal niemand er gauw een opmerking over maken.
Ronduit vermakelijk wordt de Randstedeling als hij in Frankrijk of in Spanje komt. Je hoort ze daar vaak de Fransen aanspreken met fou (gek), terwijl ze vous (u) bedoelen. Als de Fransman dan minder vriendelijk reageert, ligt het aan die rot-Fransen. In Spanje hoor je ze vaak fino (brandewijn) bestellen, terwijl ze vino (wijn) bedoelen.
Als ze dan iets Cognac-achtigs krijgen, ligt het nooit aan henzelf, maar aan ‘tie stomme oper tie niks pechrijp’.
J.M. Spanjers
▪ Oorspronkelijk ben ik afkomstig uit Eijsden, het zuidelijkste zuiden van Nederland. In de Haagse regio, waar ik al jaren woon, spreek ik geen dialect, maar Nederlands met een van het tv-Nederlands afwijkend accent. Het dialect bewaar ik voor mijn vakanties in Limburg.
Opvallend is dat hier in de Randstad een havenarbeider, een poetsvrouw of een loketmedewerkster nooit een punt maakt van accenten. Nee, het zijn de (vaak links georiënteerde) hoog opgeleide dertigers en veertigers die er negatief tegenaan kijken, terwijl ze wel allochtone accenten accepteren. Ik zal bij de NOS nooit nieuwslezer kunnen worden, terwijl iemand met een Surinaams accent daar in het verleden wel in is geslaagd.
Jeannet Paquay
Boarne: Intermediair 05, 02-02-2007, s. 5
FFU:Sjoch oer it saneamde ‘Randstadplat’ ek by ‘Poadium’:23-02-1991, ‘Streektaal gaat nooit verloren’, Prof. dr. Toon Hagen denkt dat dialectsprekers worden gediscrimineerd.