De Nieuwe Schoolstrijd, 10-02-2007 (P-FD)

Pier Bergsma
“Het onderwijs verzuipt! Leraren, ouders en leerlingen: verenigt u”

Met bovengenoemde noodkreet hebben Ad en Marijke Verbrugge vorig jaar de vereniging ‘Beter Onderwijs Nederland’ opgericht. Ondertussen telt de vereniging meer dan drieduizend leden. De eerste jaarvergadering werd een paar weken geleden gehouden in Eindhoven op zaterdag 20 januari. Christen Democratische Verkenningen wijdde het herfstnummer aan de zorgen over het onderwijs onder de titel “De nieuwe schoolstrijd”.

Vergeefs zal men in een krantenkiosk zoeken naar “Christen Democratische Verkenningen”. Dat is jammer, want het is een interessante periodiek over recente maatschappelijke ontwikkelingen. Het zomernummer 2006 had als titel “Zonder geloof geen democratie”, een themanummer over geloof in het publieke domein. Beschouwingen over religieuze behoeften, de verhouding tussen geloven en weten, de islam en Europa, de scheiding van kerk en staat.

Het herfstnummer was gewijd aan het onderwijs met als titel “De nieuwe schoolstrijd” over  de voordelen, maar vooral de nadelen van de vernieuwingen van het nieuwe of competentiegerichte leren. De reacties zijn dermate fel dat we kunnen spreken van een nieuwe schoolstrijd.

Tegengestelde geluiden
Volgens berichtgeving Nederland scoort in allerlei onderzoek goed op het gebied van het onderwijs, ook in internationaal vergelijkend onderzoek zoals dat van OESO en in de Pisa-studie. De ervaringen van leerlingen, studenten, ouders en leraren zijn anders. Het niveau lijkt elk jaar naar beneden te gaan. Er is veel onvrede en in de grensstreek met België sturen zestienduizend ouders hun kinderen naar een school over de grens. “Zijn die klachten terecht? Zijn zij een topje van de ijsberg? Of gaat het om niet meer dan een handjevol mensen dat nostalgisch terugverlangt naar de school waarin de leraar feiten oplepelde, verwachtte dat leerlingen dat braaf en gedwee noteerden, in het hoofd stampten en na verloop van enige dagen netjes konden reproduceren?” Pedagogen als Luc Stevens stellen dat dit misplaatste nostalgie is. De tijd van massaproductie, van standaardisatie is voorbij. Elk kind is anders. Dus komt het erop aan het onderwijs af te stemmen op individuele leerstijlen en vermogens. Het nieuwe leren, gericht op het verwerven van zaken die je nodig hebt om in een beroep te functioneren, komt daaraan tegemoet. Dat klinkt aannemelijk. Zo aannemelijk dat de overheid deze denklijn volgde. Zo werd in de jaren negentig het studiehuis ingevoerd. Actief en op zelfstandige leerlingen gericht onderwijs werd meer en meer de norm. De basisvorming zou ervoor zorgen de selectie zo lang mogelijk uit te stellen om de leerlingen meer gelijke kansen te geven.

Studiehuis en basisvorming zijn afgeschaft. Het studiehuis omdat veel leerlingen het zelfstandig werken niet aankonden, de basisvorming omdat die veel te theoretisch was voor praktisch ingestelde jongeren. Daarmee is niet gezegd dat de tegenstanders van vernieuwing het gelijk aan hun kant hebben. Het gaat juist om het bieden van ruimte voor variatie en pluriformiteit. De nieuwe schoolstrijd vraagt om échte ruimte. De bijdragen in “De nieuwe schoolstrijd” vormen een afspiegeling van de pluriformiteit en variatie in het denken over onderwijs. Hoewel de critici in de meerderheid zijn, komen voor- en tegenstanders van nieuwe onderwijsvormen en ontwikkelingen aan bod.
           
Hoogleraar mevrouw Greetje van der Werf  gaat in haar bijdrage uitgebreid in op de  onderzoeksresultaten naar “Het nieuwe Leren”. Volgens haar een onverantwoord maatschappelijk experiment. De effecten zijn negatief vooral voor leerlingen in de lagere schooltypen en voor allochtone leerlingen. “De leerlingen van de lichtingen basisvorming, vmbo en studiehuis scoren nog steeds lager dan de lichting leerlingen van voor de invoering van de vernieuwingen”. Ze benadrukt dat ze zeker niet pleit voor een vorm van instructie die de student of leerling beschouwt als een leeg vat waarin de leraar kennis giet. Leren is een actief proces waarbij een vakbekwame docent er voor zorgt dat de leerling actief is.   

Het aardige van “De nieuwe schoolstrijd” is dat mensen van verschillende onderwijssectoren zijn gevraagd om een bijdrage te leveren. Over het centrale vak in de basisschool, het leesonderwijs, komt de specialist in Nederland, Kees Vernooij, aan het woord. Hij geeft in zijn bijdrage “Leesonderwijs basisschool behoeft dringend verbetering” een voorstel voor aanpak van de knelpunten: Meer aandacht voor het voorkomen van leesproblemen door al bij kleuters vaardigheden te ontwikkelen die voor het toekomstig lezen van belang zijn. Aandacht voor technisch lezen blijven houden door de hele school en kennisnemen van de succesvolle resultaten van andere scholen zijn een paar van zijn aanbevelingen.

Dan schetst Chris Lorenz een somber beeld van het academisch onderwijs dat zich kenmerkt  door dat de homo academicus, de wetenschapper, plaats heeft moeten maken voor de homo economicus. Het hoger onderwijs heeft ernstig te leiden van de commercialisering van kennis, de “vermarkting” van het onderwijs en schaalvergroting als het belangrijkste instrument voor kostenbesparing. Een andere bedreiging is de toename van het management en iedereen rond het onderwijs die niet met het lesgeven en doceren te maken heeft “de dikke schil”. Collega wetenschapper José van Dijck is het  deels eens met de kritiek maar brengt tevens een  nuance aan: “Academische vrijheid is volgens mij niet alleen de vrijheid van de individuele wetenschapper om dat onderwijs en onderzoek te doen wat hem goeddunkt; het is tegelijk de verantwoordelijkheid om onderwijs en onderzoek samen met collega’s zodanig te organiseren dat studenten, vakgenoten en samenleving dit waarderen”.

Praktijkervaringen
Wim van de Merve werkt drie dagen in de week als vakdocent metaaltechniek vmbo bij een christelijke scholengemeenschap in Rijssen. Een enthousiaste leraar die een warm en overtuigend pleidooi houdt voor praktijkopleidingen: “Er wordt bij het onderwijs veel te veel naar de verstandelijke mogelijkheden van het kind gekeken”.  Ook vragen ze mij wel eens “Maar wilt u dan terug naar de ambachtsschool? Dat kan toch helemaal niet meer?” “Nee, maar ik wil wel terug naar een schooltype met voldoende praktijklessen. Je moet de leerlingen duidelijkheid bieden en structuur en hen de dingen laten doen waar ze goed in zijn”. Hij was één van de sprekers op de jaarvergadering van “Beter Onderwijs Nederland” met een overtuigend pleidooi tegen “de rare ideeën uit de koker van Haagse pedagoochelaars”

In het slotdebat tussen onze minister van onderwijs mevrouw Maria van der Hoeven en de initiatiefnemer van “Beter Onderwijs Nederland” komt dit punt ook aan de orde met het voorstel van Verbrugge om het VMBO weer uit elkaar te halen en te splitsen in een meer theoretisch deel en een meer praktische opleiding. Heel veel praktisch talent is de laatste jaren verloren gegaan. “Werken met je handen werd als een soort minderwaardige bezigheid gezien, terwijl het schitterend is. Mede daardoor is de uitval ook onnodig groot geworden.”

“De nieuwe schoolstrijd” geeft een goed overzicht van de huidige discussie en wat er mis is met het onderwijs van basisschool tot universiteit. Eén van de  belangrijkste aanbevelingen voor de politiek komt naar mijn overtuiging van Verbrugge: “Het niet opleggen van duidelijke eisen aan onze kinderen en jongeren en het niet nemen van de verantwoordelijkheid voor hun vorming, onder het mom van hun zogenaamde zelfstandigheid, is een vorm van verwaarlozing die grote schade berokkent aan generaties leerlingen, en maatschappelijke segregatie in de hand werkt. Het wordt tijd dat leraren, ouders en leerlingen zich verenigen voor beter onderwijs in Nederland.”
           
De nieuwe schoolstrijd. Christelijk Democratische verkenningen, herfst 2006 is uitgegeven bij Boom uitgeverij en kost € 17,50.

Boarne: Pier Bergsma, 10-02-2007 [digitaal]

<< Werom nei 'Poadium 2007'