Vraagt het ‘zelfstandige kind’ om andere onderwijsvormen?, 11/17-02-2007 (P-LC)

Fiif artikels oer it ‘Nije learen’ opnommen yn of opstjoerd oan de Volkskrant (11/17-01-2007) fan Lizzy Tabbers,  Aleid Truijens, Jo Nelissen, Thomas H. von der Dunk en Pier Bergsma.

Zelfstandig kind vraagt andere onderwijsvormen

de Volkskrant, Forum, 11 januari 2007 (pagina 10)

Lizzy Tabbers

Het nieuwe leren is geen gril van de politiek of ambtenaren, maar reageert op wetenschappelijke inzichten en kinderen die opgroeien in een maatschappij met meer keuzemogelijkheden en gelijkwaardigheid, zegt Lizzy Tabbers.

Het is nu de beurt aan de leerkracht van zijn hoge troon af te komen

In discussies over het Nieuwe Leren wordt steevast de indruk gewekt alsof er nog iets te kiezen valt, maar dat is niet het geval. Het gaat namelijk niet om een willekeurig idee dat afkomstig is van bijvoorbeeld de minister, hoge ambtenaren of organisatieadviseurs – zoals door sommigen wordt gesuggereerd – maar om een heuse paradigma shift. Daarmee wordt bedoeld dat een collectieve visie op een deel van de werkelijkheid wordt vervangen door een andere, genuanceerder visie. Dat is een historisch proces dat zich veel meer áán ons voltrekt dan dat wij het zelf sturen. Dat gaat nooit zonder slag of stoot.

Zo’n omwenteling wordt altijd veroorzaakt door meer factoren. Voor het nieuwe leren zijn dat bijvoorbeeld: een andere wetenschappelijke kijk op leren; het besef dat willen tot diepgaander kennis leidt dan moeten; dat feitenkennis tegenwoordig snel veroudert en leerlingen het niet meer alleen daarvan moeten hebben; dat televisie en computerprogramma’s zo flitsend zijn dat klassikale lessen nog maar zelden kunnen boeien.

De belangrijkste reden voor deze paradigma shift is dat het kind tegenwoordig wordt gezien als een zelfstandig wezen met een eigen wil. Dat begint al op de peuterleeftijd als het ’s morgens wordt gevraagd wat het wil aantrekken, wat het op zijn brood wil, welk pakje drinken het mee wil naar de crèche en ga zo maar door. Waar mensen in de jaren vijftig zich nog over de wandelwagen bogen met de vraag ‘of het willetje al was gebroken’, hééft het kind anno 2006 niet alleen te willen maar móet het ook voortdurend keuzen maken.

Vervolgens komt het op school waar het van negen tot drie en van minuut tot minuut moet doen wat de juffrouw wil. Aanvankelijk lukt dat nog wel, omdat jonge kinderen in hoge mate afhankelijk zijn van de goedkeuring van volwassenen. Maar naarmate het kind opgroeit en buiten schooltijd keuzemogelijkheden te over heeft (aan televisiezenders, computerprogramma’s, verenigingen, kledingmerken et cetera), valt het de leerling steeds moeilijker op zijn leerproces géén invloed uit te mogen oefenen. Elke dag groeit de discrepantie tussen de rol die docenten vervullen (het boek centraal stellen, de leerling afhankelijk houden, het bevorderen van geheugenkennis) en de rol die ze zouden moéten vervullen (de leerling centraal stellen, hem medeverantwoordelijkheid geven voor zijn eigen leerproces, diepgaand leren bevorderen).

Daarom en om al die andere redenen heeft het nieuwe leren zijn point of no return allang bereikt. Honderden basisscholen en tientallen scholen voor voortgezet onderwijs zijn al jaren serieus bezig het onderwijs beter te laten renderen voor de Homo Zappiëns van deze tijd. Daarbij is geen sprake van gemakzucht, verwennerij, of een mentaliteit van ‘laat maar waaien’, noch van het niet belangrijk vinden van prestaties, noch van maatschappelijk relevant geachte kennis die niet meer aan bod zou komen. Wie het tegendeel beweert, zou zich moeten bezinnen op zijn werkelijke motieven voor het doen van deze uitspraken.

Bij deze omwentelingen en de emoties die ze oproepen, is het van belang te onderkennen dat het in essentie niet gaat om een verandering op inhoudsniveau, maar om een verandering op betrekkingsniveau. Als het om een verandering op inhoudsniveau zou gaan, dan heeft het zin te discussiëren over de vraag of invoering ervan nu wel of niet goed is voor het gezin, het land of het onderwijs.

Maar daarom draait het niet. Het gaat om een verandering op betrekkingsniveau. Dat wil zeggen dat ooit normaal gevonden verhoudingen niet langer als ‘goed’ worden ervaren. Het besef dringt door dat het niet langer kán dat de man zich boven de vrouw verheft, de blanke boven de zwarte, de pastor boven de gelovige, de arts boven de patiënt. Stuk voor stuk worden die betrekkingen, die verhoudingen, aangevochten en gelijkwaardig gemaakt. Niet gelijk. De man, de blanke, de pastor en de arts behouden hun specifieke kwaliteiten voor zover zij die bezitten. Het verschil is dat die kwaliteiten niet langer als een geldig excuus gezien worden om eenzijdig te bepalen wat goed is voor de ander.

En dan is het nu de beurt aan de leerkracht van zijn hoge troon af te komen. De reacties zijn voorspelbaar, want dezelfde als bij de eerder genoemde veranderingen: ‘Ze kunnen het niet’ (vrouwen/ negers/ leerlingen hebben minder capaciteiten dus kun je ze niet als gelijkwaardig behandelen); ‘Ze willen het niet’ (vrouwen/ negers/ leerlingen willen ook zelf liever niet die verantwoordelijkheid dragen); ‘Het gezin/ het land/ het onderwijs gaat eraan’ (rampspoed zal ons deel zijn als deze opvatting algemeen wordt geaccepteerd).

Even voorspelbaar is de oprichting van een vereniging als B.O.N (Beter Onderwijs Nederland) die – wat betreft het in stand willen houden van achterhaalde verhoudingen – op een lijn kan worden gesteld met de SGP. Wie het meeste belang heeft bij de status quo, zal zich het meest verzetten. In het geval van het nieuwe leren komt de oppositie vooral van hen die het gymnasium hebben gevolgd en hun docenten. Dat is begrijpelijk.

Leerlingen wordt thuis en op school voorgehouden hoe bevoorrecht zij zijn de hoogste opleiding te mogen volgen. Daarbij krijgen zij twee boodschappen: als je je niet gedraagt zoals wij willen, ga je maar naar een gewone school. Als je je wel gedraagt zoals wij willen, dan mag jij je straks ook verheven voelen. Die boodschappen maken dat leerlingen niet snel in opstand te komen en dat docenten (de goeden niet te na gesproken) hun verouderde didactiek niet hoeven opgeven. Het volgen en geven van een klassikale klassieke opleiding door en voor speciaal daarvoor geselecteerde leerlingen is dus voor alle betrokkenen lonend en heeft een hoog Ons Soort Mensengehalte.

Logisch dat deze opponenten strenge selectie en een klassikale aanpak verdedigen en in stand willen houden. Terwijl intussen ieder weldenkend mens ziet dat deze intelligente kinderen zo veel méér hadden kunnen leren bij een activerend, betekenisvol en meer zelfsturend onderwijsaanbod. Helaas of gelukkig, de historie stoort zich niet aan dit soort belangen. Het begint bij leerkrachten en ouders te dagen dat de leerling natúúrlijk een partner is in zijn leerproces en als zodanig moet worden behandeld. Die benadering leidt dan soms tot verrassende initiatieven, zoals de vraag van een aantal kinderen uit groep 8 naar een module Frans. Het is dus niet uitgesloten dat sommige leerlingen van het vmbo straks óók een module Latijn of Grieks willen volgen. Wie zich zorgen maakt om het niveau van het onderwijs, de classicus voorop, zal dat vast en zeker een fantastisch perspectief vinden. Dat er voor zo’n soort degelijk en modern onderwijs ruime scholen nodig zijn, veel activerende materialen, voldoende en goed geschoold personeel, zal niemand ontkennen. Ook de minister niet, ook de hoge ambtenaren niet, ook de organisatieadviseurs niet. Het benodigde geld daarvoor komt er wel; ook dat is gelukkig voorspelbaar.

Lizzy Tabbers is senior adviseur bij KPC Groep en auteur van het boekje: Dit is zó leuk, mág dat wel? Over de start van een nieuwe school met een nieuw concept.


Iedereen even kansarm in het onderwijs

 de Volkskrant, 13 januari 2007 (pagina 31)

Aleid Truijens

Waarom lees je op de opiniepagina’s van dagbladen regelmatig gloedvolle betogen van tegenstanders van het Nieuwe Leren, maar zelden een apologie van een architect van dat ‘zelfsturende’ onderwijs?

Wanneer zelfs leerlingen les eisen, is er iets gruwelijk mis

Misschien hebben onderwijsprofeten het te druk met het geven van verplichte lerarencursussen. Wellicht horen oldskoolmiddelen, zoals het staven van bewerkingen met argumenten of het aantonen dat een methode effect heeft, niet meer tot hun toolkit. Of passeerden hun warrige vertogen over ‘hart-brein-leren’ nooit de ondergrens van een eindredactie?

Donderdag maakten we het toch mee. Lizzy Tabbers legt in deze krant uit wat de Nieuwe Mens, vermomd als argeloos schoolkind, eigenlik wil. Het wil zélf beslissen wat het leert, zoals het zelf kiest of het appelsap drinkt of Fristi. Wie of wat Tabbers is, krijgen we niet te horen. Zij is simpelweg ‘senior adviseur’ bij de KPC Groep. Zelfsturend googelen onthult dat dit een ‘innovatie-instituut’ is dat ‘in opdracht van het Ministerie van OCW (…) research-projecten in het kader van onderwijsvernieuwingen’ verzorgt. Haar stuk onthult nog veel meer: dat zij een totalitaire denker is, immuun voor elke kritiek.

Tabbers helpt sufkoppen die dachten te leven in een democratie, waar beleidswijzigingen parlementaire instemming vereisen, glimlachend uit de droom. Het Nieuwe Leren is niet meer te stuiten, stelt ze voldaan vast. Er valt allang niks meer te kiezen, te argumenteren of te protesteren. Deze onderwijsvernieuwing is niet ingevoerd door bestuurders of professionals – welnee. Zij is niet minder dan een paradigma shift. Dat is, aldus Tabbers, ‘een historisch proces’dat zich onverbiddelijk ‘áán ons voltrekt’.

Wie nog geschiedenisles heeft gehad, moet nu een licht opgaan. Een mens kan zomaar, ongewild, in een nieuw ‘paradigma’ zijn beland. Daar zijn beroemde voorbeelden van. Het stalinisme is er zo een. Het paradijs der onwetenden van Pol Pot. Niet de dictator, maar ‘de golfslag der historie’ dan wel een onaanwijsbare ‘volkswil’ heeft de omslag bewerkstelligd.

Pruttelende tegenstanders worden weggezet als gevaarlijke reactionairen. Zo bungelt hier een glashelder stuk van Jan Blokker jr. onder dat van Tabbers. Blokker heeft gelijk - ‘kwaliteit is niet sexy’ - maar zijn stuk heeft de moedeloze toon van iemand die weet dat hij nooit gelijk zal krijgen. Blokker, historicus, schrijver met kennis van zaken en oud-gymnasiumdocent, weet dat hij als geen ander verdacht is in dit nieuwe paradigma. Eigenlijk bungelt hij al aan de strop, op het marktplein, ten prooi aan de hoon des volks.

Tabbers kent maar één reflex op kritiek: verdachtmaking. Zij heeft geen boodschap aan argumenten. Wie iets tegen het nieuwe paradigma inbrengt – kun je een orkaan tegenhouden, een tsunami? – moet zich schamen. Hij ‘zou zich moeten bezinnen op zijn werkelijke motieven voor het doen van deze uitspraken’.

‘Inhoud’ is in Tabbers’ denkwereld een lachertje. Haar veranderingen spelen zich af op betrekkingsniveau’. Dat zit zo: ‘ooit normaal gevonden verhoudingen worden’ - let op de lijdende vorm, niemand is verantwoordelijk - ‘niet langer as ‘goed’ ervaren.’

Deze drabbige ‘betrekkingstheorie’ ken ik nog van de marxistische taalonderzoekers uit de jaren zeventig. Alle menselijke verhoudingen kwamen neer op machtsverschil – tussen leraar en leerling bijvoorbeeld – dus mocht je besmette argumenten van verdachte zijde gewoon negeren.

Toen de verbeelding aan de macht leek, kregen deze ‘betrekkingsdenkers’ geen poot aan de grond, maar onder de paarse en conservatieve kabinetten sloegen ze toe. Het gymnasium is in Tabbers´ ogen hét bolwerk van de kennismacht. Om die macht te breken en de leraar van zijn ´hoge troon´ te schoppen, is de ´zelfsturende´ maar aan duistere historische processen onderworpen leerling een ideaal instrument. Over de macht van de KPC Groep hebben we het niet.

Machtige leraren? Iedere leraar beseft dat veel van zijn leerlingen hem in talent en intelligentie overtreffen. Om die talenten te laten bloeien, ontsluit hij de wereld; hij laat zien dat er vele waarheidspretenties zijn Tabbers draait het liever om: wat zij niet kan of wil - pretenties toetsen met kracht van argumenten - mogen leerlingen ook niet kunnen of willen. Niet zo veel mogelijk kansarmen naar het gymnasium, maar iedereen even kansarm.

Lief Nieuw Kind en je ouders, wees asjeblieft gewaarschuwd.


Nieuw leren gaat niet over leren

de Volkskrant, Forum, 13 januari 2007 (pagina 17)

Jo Nelissen

Het zogenoemde Nieuwe Leren is niet nieuw en het gaat niet over leren. Iemand met deze mening over het nieuwe leren is niet pluis, zo begrijp ik uit het artikel over het nieuwe leren van Lizzy Tabbers (Forum, 11 februari). Zij weet wat achter een dergelijke reactie schuilgaat: een reactionaire geest.

Wie zich kritisch uitlaat over het nieuwe leren, vindt dat vrouwen het niet kunnen en dat negers/leerlingen minder capaciteit hebben (wat zou dat streepje betekenen?).

Maar bovenal denkt zo iemand dat vrouwen/negers/leerlingen liever geen verantwoordelijkheid willen dragen (weer die streepjes).

Als je echter meegaat met het nieuwe leren, dan ben je ‘weldenkend’ en dan ben je immuun voor zulke opvattingen, als ik Tabbers goed heb begrepen.

De twijfelaar heeft echter de boot gemist.

Hoe zou dat komen? Dat komt doordat hij of zij niet doorhad dat zich een ‘heuse paradigma-shift’ heeft voltrokken. Hoezo ‘heuse’? Er is een shift of er is geen shift, een beetje shift bestaat niet. Een paradigmashift, legt Tabbers uit, is een historisch proces dat zich ‘veel meer aan ons voltrekt dan dat wij het zelf sturen’.

Als dat zo is, dan kan men bijvoorbeeld ook het aanbreken van een ijstijd of een vulkaanuitbarsting tot de paradigma-shiften rekenen. Het gaat immers om processen die ons overkomen en die wij niet kunnen sturen.

Tabbers legt ook uit wat met een paradigmashift wordt bedoeld. Dat betekent dat een ‘collectieve visie’ op de werkelijkheid wordt vervangen door een andere visie.

Zulk een omschrijving zal men vergeefs in een serieus wetenschappelijk handboek zoeken. De bedenker van het paradigmabegrip, de wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn, omschreef dit begrip als een stelsel van theorieën die een denkkader vormen om de werkelijkheid te typeren. Wanneer dat kader niet meer toereikend is, komt het onder druk te staan.

Onder die druk kan een paradigma bezwijken, maar dat hoeft niet zonder meer. Een change of paradigm, zo leert Kuhn ons, volgt op veel wetenschappelijk denk- en onderzoekswerk.

Meestal zijn het grote denkers die hun naam kunnen verbinden met een paradigma shift (en geen collectieven dus). Denk bijvoorbeeld aan Copernicus, Descartes, Newton, Marx, Einstein, Freud, Popper, Piaget, Chomsky of Watson (van Double Helix: DNA).

Tabbers ziet een paradigma-shift al opduiken wanneer de computer door leerlingen als flitsender wordt ervaren dan een klassikale les.

Of doordat kinderen tegenwoordig als zelfstandiger worden gezien dan vroeger en dat blijkt bijvoorbeeld al wanneer een kind wordt gevraagd wat het op zijn brood wil.

Men ziet, voor een ‘heuse paradigmashift’ is maar heel weinig nodig. Niet een enkele maal in een eeuw, maar vrijwel elke dag voltrekt zich voor de oplettende ogen van de adviseurs van de KPC Groep een paradigmashift.

Iemand die argumenten denkt te kunnen onderbouwen met een ‘andere wetenschappelijke kijk op leren’ zou het sieren, alvorens met wetenschappelijke begrippen te gooien, zich grondig te oriënteren in de wetenschappelijke achtergrond van deze begrippen.

En daarom zeg ik het nog maar eens: het nieuwe leren is niet nieuw en het gaat niet over leren.

De auteur, Jo Nelissen, is werkzaam bij het Freudenthal Instituut, Universiteit Utrecht.


Ze weten echt niet waar Polen ligt

de Volkskrant, Forum, 17 januari 2007 (pagina 11)

Thomas H. von der Dunk

Volgens aanhangers van het Nieuwe Leren veroudert kennis snel en daalt het kennisniveau niet. In de praktijk van onderwijs en in het volle leven, ziet Thomas von der Dunk echter het tegenovergestelde bewezen.

Het is dat mensen als Lizzy Tabbers (Forum, 11 januari) echt bestaan, want als persiflage op de perverse manier waarop gesubsidieerde onderwijskwakzalvers links mondigheidsdenken met rechts marktdenken combineren, was haar stuk volmaakt: een kleuter beseft al wat goed voor hem is en de kleuterklant is koning. Wie die zijn zin niet geeft, is elitair, pro-apartheid en pro-SGP, kortom: op de mestvaalt van de geschiedenis beland.

Twee mantra’s worden daarbij steevast herhaald: dat kennis veroudert en dat het kennisniveau niet daalt.

Over dat zogenaamd verouderen van kennis. Is twee plus twee plots vijf? Geldt de stelling van Pythagoras niet meer? Vallen we voortaan naar boven in plaats van naar beneden, zodat Newton bij het vuil kan? Zeker, het periodieke stelsel van scheikunde wordt soms met een nieuw superzwaar element uitgebreid, maar water- en zuurstof bestaan echt nog steeds.

Voor de alfavakken geldt hetzelfde. Is de grammatica van het Duits of het Nederlands de laatste decennia dramatisch veranderd? Kent een hedendaags boek geen enkel woord van dertig jaar geleden meer? Ook dateren historici de slag bij Waterloo niet sinds kort vijftig jaar later, of blijkt alsnog, zoals enkele Kamerleden een paar jaar terug met vooruitziende blik meenden, Willem van Oranje bij Dokkum vermoord.

Dan het aantoonbaar lage kennisniveau. Terecht wordt geklaagd over het gebrekkige Nederlands, maar dat de topografische kennis even beroerd is, merk je pas indirect. Bijvoorbeeld als men in een reisboekenwinkel niet weet waar Bohemen ligt, of de internationale balie van de NS mij steeds van Amsterdam via Keulen naar Hamburg wil sturen ‘omdat de computer dat zegt, meneer’.

Toen ik begin jaren negentig bij eerstejaars studenten geschiedenis merkte dat zij massaal het Balticum met de Balkan verwarden, de gebeurtenissen in Hongarije van 1956 als ‘Praagse lente’ betitelden, en iemand zijn antwoord zo had geformuleerd dat ik moest concluderen dat hij dacht dat Tsjecho-Slowakije aan zee lag, heb ik dat eens getest. Gewoon: het kaartje van Europa uit de atlas overgetrokken. Ik vroeg alleen de namen van de landen en hun hoofdsteden. Geen student was feilloos, en het aantal studenten met twintig, dertig en veertig fouten was niet te tellen.

Met Brussel en België hadden sommigen al problemen. Dan Scandinavië: de meesten wisten de landen nog te benoemen, maar de hoofdsteden? Stockholm, Kopenhagen, Oslo? Nooit van gehoord. Voor Spanje: zeker tien keer Barcelona. Als hoofdstad van Zwitserland werd door zeker een kwart Wenen ingevuld, wat betekent dat als ik over Wenen sprak als pars pro toto voor de Habsburgers, zij dachten aan Zwitserse bankiers.

Ten oosten van Duitsland tenslotte was de helft analfabeet. Waar Polen lag? Ongeveer op iedere plek tussen de Oostzee en de Bosporus. Als hoofdstad van Joegoslavië trof ik vele malen Sarajevo of Zagreb aan, ook wel Boedapest of Boekarest. Het meest krasse voorbeeld was een student die voor Hongarije opgaf: Irak, en voor Roemenië: Iran. Die wist in elk geval dat die landen aan elkaar grenzen.

Scholieren kunnen door het Nieuwe Leren enthousiast vertellen dat Tunis drie uur vliegen is. Ze weten alleen niet in welke richting. Dat geldt in overdrachtelijke zin ook voor lieden als Lizzy Tabbers.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.


It neifolgjende artikel is fuortendaliks skreaun, mar net pleatst.

Ouders van Nederland, verenigt u!

Begeleidingsdiensten hebben grote belangen bij de bouwput waarin het onderwijs in Nederland al jaren verkeerd. Dat betekent brood op de plank. Het wordt hoog tijd dat ouders en leerlingen massaal in opstand komen tegen de vernieuwingswanen en eisen stellen aan het onderwijsniveau.

Pier Bergsma

In de jaren tachtig van de negentiende eeuw maakte Frederik van Eeden een reis door Zweden. Naar aanleiding daarvan schreef hij 1891 ‘Onderwijs Hervorming’. Daaraan moest ik denken toen ik ‘Zelfstandig kind vraagt andere onderwijsvormen’ van Lizzy Tabbers las (de Volkskrant 11 januari). Van Eeden schreef : “De mensch, door het tegenwoordige onderwijs opgevoed, kan vergeleken worden bij een windmolen, wiens werking alleen uit de kop komt, aangedreven door geblaas van buiten. De mensch zoals hij worden moet, zal zijn als het stoomwerktug dat door het vuur van een welgesmeeden haard inwendig in werking wordt gebracht. Het onderwijs is op oude leest geschoeid. De grondslag is nog altijd het boek”. Ik denk niet dat mevrouw Tabbers van het KPC het betreffende artikel kent.

Volgens Tabbers zijn de vernieuwingen van het onderwijs namelijk een heuse paradigma shift.  Dat betekent dat de leerling centraal moet staan en in zelfstandigheid vorm moet geven aan het eigen leerproces. Nu heb ik dat nieuwe-kleren-van-de- keizer begrip ‘paradigma shift’ niet in mijn woordenboek. Het zal wel zo iets betekenen als het aanbreken van de nieuwe tijd, waarbij de dingen niet meer zijn zoals vroeger. Er zijn nog altijd mensen in het onderwijs die dat niet begrijpen. Volgens de senior adviseur bij het KPC is de vereniging ‘Beter Onderwijs Nederland’ een voorbeeld van dat onbegrip. Een soort van onderwijskundig SGP. Ze hebben alleen belang bij de status quo en zijn op het punt van zelfstandigheid van leerlingen te vergelijken met de vroegere houding ten opzichte van vrouwen en negers.

 ‘Onderwijs’ staat wel in mijn woordenboek. Het betekent eenvoudig het ‘systematisch overbrengen van kennis en kunde’. Het betekent bijvoorbeeld dat iemand die weinig weet dus iets leert van iemand die meer weet. Van de zo bejubelde gelijkwaardigheid van Tabbers is dus per definitie geen sprake. We kunnen geen andere conclusie trekken dat in een aantal onderwijsinstellingen in ons land nog nauwelijks onderwijs wordt gegeven. In de grensstreek sturen veel ouders hun kinderen naar een school in België. Het is moeilijk om mensen te vinden die in het onderwijs willen blijven werken. ‘Onderwijzer’ is een besmette term geworden temidden van coaches en begeleiders van het leerproces. Een leerproces dat wel degelijk minder inhoud heeft, zowel in kunnen en kennen. We hebben te maken met inflatie van diploma’s en veel jongeren verlaten het onderwijs zonder diploma. Er is dus genoeg aan de hand. Het is onbegrijpelijk dat de Nederlandse belastingbetaler en dan met name de ouders niet meer dan nu in opstand komen tegen de permanente bouwput waarin ons onderwijs is veranderd. Natuurlijk hebben de meeste onderwijskundigen, zoals die van het KPC, belang bij die bouwput, want het betekent brood op de plank. Ze propageren dus vernieuwing op vernieuwing. De felle uithaal naar Beter Onderwijs Nederland is daarmee te begrijpen.

Het is gemakkelijk om een karikatuur te maken van al die leerlingen, studenten onderwijsgevenden en ouders die vraagtekens zetten bij de huidige schoolpraktijk. Iedereen die bekend is met de meer traditionele scholen, weet dat ook daar door de jaren heen genoeg veranderd is. Het middel van het nieuwe leren is erger dan de kwaal. De opmerking van Tabbers dat de critici van het nieuwe leren gezocht moeten worden onder voormalige gymnasiasten, die uit zijn op de bescherming van Ons Soort Mensen, is een belediging. Het gaat er juist om alle leerlingen met hun mogelijkheden en onmogelijkheden tot recht te laten komen. Dat kan heel goed in een meer traditionele setting. Ook dan blijft leren moeilijk, vaak leuk. Met de nieuwe heilsstaat die van Eeden voor ogen stond ‘geef klei en stopverf aan de kinderen, ’t zijn beter opvoedingsmiddelen dan pen en inkt’ is het nooit wat geworden. Zijn ’Walden’ werd een mislukking. Ik voorspel de voorstanders van de paradigmashift van het KPC dezelfde miserabele toekomst. 

Pier Bergsma was tot voor kort werkzaam als hoofdonderwijzer van een basisschool.
 
Boarne: Pier Bergsma [digitaal], 22-02-2007

Neiskrift FFU:
Frou Tabbers praat der yndied  wyld yn om. Nei boppesteande kommentaren op har tiishollich ferhaal hawwe wy der amper mear wat oan ta te heakjen. It stakkert sil wol foar har baantsje fjochtsje by de KPC-groep. Lit Fryslân besparre bliuwe foar sokke ‘adviseurs’, benammen as it gean soe oer de Fryske taal en kultuer yn it ûnderwiis.

Sjoch fierders ek by ‘Poadium 2006’, 30/31-12-2006, Ziehe: jongeren willen dat de school anders is dan hun ‘zelfwereld’; 30/31-12-2006, Nieuwe leren; 07-12-2006, Het was het Nieuwe Leren in een notendop: ik weet wat jij niet weet, maar jij zoekt het zelf maar uit;  Desimber 2006, Het gewone leren; 07-11-2006, Het failliet van het nieuwe leren (Pier Bergsma) en foar mear oer de sekte-ideology fan it ‘Nije Learen’: 18-02-2006, Modieuze ideeën over leren ‘ongefundeerd’.

<< Werom nei 'Poadium 2007'