Canon der Friezen: Europese gedachte, 30-03-2007 (P-LC)
Een Friese geschiedeniscanon. Waarom eigenlijk? Kerst Huisman presenteert vandaag zijn bijdrage ‘Friesland heeft een eigen verhaal’ aan de commissie die werkt aan een Friese canon.
KERST HUISMAN
historicus/publicist
Er zou eigenlijk geen noodzaak moeten bestaan voor een Friese geschiedeniscanon. Die noodzaak is er nu wel. Dat is vanwege de publicatie van de Nederlandse canon.
De Nederlandse canon is op zich niet een onverdienstelijk werkstuk. Maar hij is slechts geschikt voor het geschiedenisonderwijs in Klein-Nederland, zo knus in de driehoek Alkmaar-Amersfoort-Hoek van Holland gelegen.
Maarten van Rossem heeft in het Historisch Nieuwsblad van november gewezen op het onontkoombare van de canon. De overheid zal die canon maar al te graag omarmen en een overheidscanon zal snel verstenen. Daar komt nog bij dat het aantal uren geschiedenis in het onderwijs niet veel voorstelt. De verleiding voor docenten om zich bij die wandplaat en de voorgeschreven canon te houden, zal des te groter zijn.
Het zit er dus dik in dat bij ongewijzigd beleid de Canon van Nederland in deze vorm ook in Friesland zal worden ingevoerd. Dat moet worden voorkomen. Daar zijn twee dringende redenen voor. De Friese rol in het Nederlandse geschiedenisonderwijs op scholen in Friesland is minimaal. Ten onrechte.
Het hing hier en daar van een enkele bevlogen onderwijzer af, of Friese kinderen wel iets over ‘hun’ geschiedenis hoorden. Maar dat waren uitzonderingen. Friese kinderen zijn generaties lang in het onderwijs geïndoctrineerd met een beeld pover hun eigen belevingswereld dat aan die belevingswereld geen recht doet. Die kinderen hebben na dat onderwijs een beeld van Friesland gekregen dat zich het beste laat illustreren met de vraag: ‘Kan er uit Nazareth iets goeds komen?’
Met zo’n instelling wordt het vertrouwen in de (economische) mogelijkheden van de eigen regio ondermijnd. Het is alleen al daarom belangrijk dat in Friesland meer onderwijs komt in de Friese geschiedenis. Dat kan met een eigen, goed beargumenteerde Friese canon.
Daar is ook een rechtsgrond voor. Het Europees Handvest voor Minder Gesproken Talen [= Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden] gaat niet alleen over taal, maar ook over geschiedenis. Dit is niet zomaar een formulering. Het handvest is wat de Friese situatie betreft door de Nederlandse staat geratificeerd. Dat betekent dat de Nederlandse overheid zich heeft verplicht de bepalingen van dat handvest door te voeren.
Gezien het uitgangspunt van de opstellers van het handvest (namelijk de bescherming van de kleinere taalkundig-culturele identiteiten zonder een eigen staat) moet bij dit door het handvest voorgestane geschiedenisonderwijs niet alleen gedacht worden aan de feitelijk gegroeide situatie, maar ook aan die factoren, die met die eigen identiteit te maken hebben.
In het geschiedenisonderwijs in Friesland kan dat een tweesporenbeleid inhouden. Enerzijds aandacht schenken aan de ontwikkelingen die tot de Nederlandse geschiedenis horen, maar tegelijkertijd die ontwikkeling steeds weer relateren aan de daarmee corresponderende facetten van de Friese geschiedenis.
Dus niet alleen aandacht voor het ingroeien in de (Nederlandse) eenheidsstaat, maar ook voor die facetten die tot vandaag de dag bevorderlijk zijn geweest voor het voortbestaan van de Friese identiteit.
Daarbij moet worden bedacht dat Friese geschiedenis niet hetzelfde is als de geschiedenis van de Nederlandse provincie Friesland. Friese geschiedenis is immers de geschiedenis van het collectief dat bekend staat als Friezen. En die wonen zoals bekend niet alleen in deze provincie, en zelfs niet alleen in Nederland.
Dat er bijvoorbeeld ook in Duitsland tallozen wonen die zich ‘Friezen’ noemen, moet de docent toch kunnen verklaren? Kennis van en betrokkenheid bij de Frieslanden in Duitsland kan leiden tot een wezenlijke vermeerdering van de kennis van de geschiedenis. Zo ‘met Friese, ogen’ kijken over de staatsgrens heen betekent dat Nederlandse, Duitse en mogelijk zelfs Scandinavische facetten van de geschiedenis worden meegenomen. En is dat niet een hartverwarmende Europese gedachte?
Boarne: Leeuwarder Courant, 30-03-2007
FFU: Sjoch ek by ‘Brieven útgien 2007’: 26-03-2007 -> Canon van Nederland: Bystelling steatsnasjonale kanon oer de brieven en oare aktiviteiten fan de FFU op it mêd fan kanon.
En klik op KH-Friesland heeft zijn eigen verhaal.pdf. om de kanon fan drs. Kerst Huisman te iepenjen (ek by ‘Publikaasjes’ oan te klikken). De kanon is ek yn de foarm fan in boekje ferskynd: Kerst Huisman, Friesland heeft zijn eigen verhaal. Pleidooi voor een niet-Randstedelijke geschiedeniskanon, Leeuwarden/Utrecht: Steven Sterk Uitgevers, 2007 (62 siden).