Er zit veel in een naam, 31-03-2007 (P-LC)

Woorden
door Pieter Anko de Vries

‘What’s in a name’, liet Shakespeare een van de hoofdpersonen uit het toneelstuk Romeo en Juliet zich afvragen. Best wel veel, blijkt uit onderzoek van Gerrit Bloothooft van de Universiteit van Utrecht. Hij onderzoekt al jaren de voornamen in combinatie met de postcode. Dat levert aardige conclusies op. Veel namen komen landelijk voor. Toch is er in elke landstreek wel een voorkeur voor een bepaald naamtype te ontdekken. Zo houden Brabanders van korte namen (Anne, Lisa, Sanne, Bart, Tim).

In Zuid-Limburg en Zeeuw-Vlaanderen, Noordoost-Groningen (grensstreken), maar ook in de kop van Noord-Holland en in Zuid-Holland komen opvallend veel internationale namen voor (Linda, Laura, Melissa, Kim, Mark, Dennis, Michael, Kevin). Deze namen blijken populair bij sociaal lagere klassen. Nomen est omen, zeiden de Romeinen al: de naam zegt alles.

Namen uit het Oude Testament en de natuur (Daniël, Sarah, Luna, Fleur) vinden we in Utrecht, Amsterdam, Haarlem, het Gooi en rondom Den Haag. Hier zijn ook veel andere elitenamen als Boudewijn, Floris-Jan, Olivier en Lodewijk. Elitenamen van meisjes eindigen vaak op een ‘e’: Annabelle, Annelieke, Catelijne, maar ook Claire, Cato en Djoeke. Eenlettergrepige meisjesnamen kunnen in elitebuurten alleen als het Jip of Puck is.

In de bible belt van Nederland - plattelandsgebieden in een strook die loopt van Zeeland via de Veluwe naar de Noordoostpolder (in dit gebied wonen veel orthodox-gelovigen) - hebben opvallend veel kinderen traditionele namen als Maria, Grietje, Hendrika, Johannes, Gijsbert en Dirk. Op een andere manier conservatief zijn ouders in het noordoosten van Nederland. In Groningen, Drenthe en Overijssel hebben veel kinderen namen die hun top hadden na 1950, maar inmiddels alweer op hun retour zijn. Kinderen heten hier bijvoorbeeld vaker dan in de rest van Nederland Marieke, Suzanne, Lisanne, Eline, Jeroen, Sander en Wouter. Mohammed, Fatima en Samir komen het meest voor in de grote volkswijken van de Randstad.

Friesland is op het gebied van voornamen nog steeds heel speciaal, al neemt het aantal mensen dat hun kinderen een typisch Friese naam geeft, wel af. Gemiddeld krijgt 16 procent van de Friese kinderen een Friese naam als Femke, Jelle, Dieuwke, Jildou, Jitske, Jelmer, Nynke, Lieuwe of Sipke. Hoofdstad Leeuwarden is een uitzondering. Inwoners volgen hier de landelijke trend. In de meeste kleinere dorpen kan het aantal kinderen met Friese namen oplopen tot boven de 25 procent. De terugloop van het aantal Friese namen in Friesland loopt gelijk op met de toename van Friese namen in de rest van Nederland. Nynke, Jelle en Femke zijn ook bij niet-Friezen erg in trek.

Eenlettergrepige jongensnamen zijn al een paar jaar het populairst in heel het land. Jongens heten dus: Sem, Daan, Tim, Stijn, Sven, Mees. Bij meisjes wordt de top-5 aangevoerd door Sophie, gevolgd door Sanne, Lisa, Anna en Julia. 

Boarne: Friesch Dagblad [‘Sneinspetiele’], 31-03-2007

<< Werom nei 'Poadium 2007'