Over wat achterstand is, valt nog te twisten [‘Te Gast’], 03-04-2007 (P-LC)

De uitspraak dat Friesland één grote achterstandwijk is, roept, samen met de vermeende schadelijkheid van de Friese cultuur, in Friesland veel emoties op. Randstedelijke denken, de onderzoekers leggen ons hun normen op; dergelijke reacties verschenen op de website van de LC.

JAN VAN DAM
Agrarisch econoom en Fries om utens

Waar gaat het om? Volgens Kees Verhaar en Yvonne van Westering, beiden verbonden aan het onderzoeks- en adviesbureau SGBO, [van de Vereniging Nederlandse Gemeenten in Den Haag], groeit een groot deel van de Friese jeugd in een achterstandsituatie op. Deze conclusie is gebaseerd op het rapport ‘Kinderen in tel 2007’ van het Verwey-Jonker Instituut.

Van belang is na te gaan hoe de term achterstandssituatie is gedefinieerd en of het echt alarmerend is. In het rapport wordt achterstand gedefinieerd als het hebben van een achterstandsscore van meer dan eenmaal de standaardafwijking boven het gemiddelde.

‘Kinderen in tel’ geeft uitleg. Binnen de achterstandsscore wordt de ‘sociale status’ als bepalend beschouwd. De factor ‘sociale status’ blijkt 54 procent van de achterstandscore te verklaren. Dit houdt in dat 46 procent niet in beeld komt.

De factoren die ‘sociale status’ bepalen, worden vastgesteld met een zogenaamde principale component analyse. Dat is een manier om uit veel factoren die een rol spelen de belangrijkste te bepalen. In het onderzoek wordt ‘sociale status’ bepaald door het opleidingsniveau van de bewoners, het inkomensniveau en de mate van werkloosheid.

Uit de statistische analyse blijkt dat een achterstand in ‘sociale status’ het sterkst samenhangt met een laag inkomen (samenhang = 0,82), daarna volgt werkloosheid (0,67) en een lage opleiding (0,46). Hierbij staat een 1 voor volledige samenhang en een -1 voor een tegengestelde samenhang. Uit bovenstaande waarde blijkt dat het gezinsinkomen vrij sterk samenhangt met een achterstandsituatie.

Nu is de vraag of voor Friesland het inkomen wel een goede manier is om de ‘achterstand’ op te scoren. Immers; het gaat erom wat je met het verdiende inkomen kunt doen. Het wonen is in Friesland aanmerkelijk goedkoper dan in het Westen van Nederland.

Vanwege de lagere woonlasten is het minder noodzakelijk dat beide partners werken. Een hoog inkomen is mooi, maar als de feitelijk betekent dat er minder aandacht is voor het kind, dan is dat eerder een verslechtering dan een verbetering.

Door de concentratie op een beperkt aantal factoren blijven andere factoren, die als de statistische analyse juist is, nog voor 46 procent bijdragen, buiten beeld. In het algemeen kan gesteld worden dat er in Friesland meer ruimte is en dat de omgeving veiliger is dan gemiddeld in Nederland.

Voorstelbaar is dat een minder verstedelijkte woonomgeving in Friesland een positief effect (meer buiten spelen, zelfstandig naar vriendjes) heeft op de sociale ontwikkeling van kinderen.

Samen met een overwaardering van het inkomen en het niet meenemen van factoren zoals de mogelijkheden tot zelfstandig buiten spelen, is nog het een en andere af te dingen op de conclusie dat de meerderheid van de kinderen in Friesland in een achterstandsituatie opgroeit.

Boarne: Leeuwarder Courant, 03-04-2007 [‘Te Gast’]

FFU: Sjoch ek by ‘Poadium 2007’: Dom, lui, beperkt, maar gelukkig, 31-03-2007 (P-LC) en Efterstân net troch Frysk eigene, 03-04-2007 (P-LC).

<< Werom nei 'Poadium 2007'