Door Asing Walthaus
Brussel - “Het feit dat ik Fries ben, daar heb ik veel aan te danken”, zegt Rik Jellema ergens in het gesprek. Om ons is het gedruis van het Brussels café Le Cirio, met spiegels, fluweelbehang, over met voorschoot. Jellema is gemeenteraadslid in Etterbeek, de gemeente van het gewest Brussel met het beste frietkot van de stad, Chez Antoine. In 2000 was hij de eerste Nederlander met die functie. Correctie: de eerste Fries.
“Als mensen vragen: ‘Ben je een Hollander?’ en je kunt zeggen dat je Fries bent, scheelt dat. Vlamingen hebben toch wat een hekel aan Hollanders en ze weten dat Friezen dat ook hebben”, legt Jellema uit. “Vaak beginnen ze over dat liedje van Twarres.”
Jellema werd in 1957 geboren in Rotterdam, maar groeide op in Leeuwarden: zijn moeder die uit Hommerts kwam, had heimwee. Daarom verhuisde het gezin – hij is een broer van organist Theo Jellema – terug naar Friesland. Zijn vader was hoofd van een school [...].
Later volgde hij het Lienward College waar hij Franse les kreeg van Feike Boschma, die hem zo aansprak dat hij in Groningen Frans ging studeren. Hij werd er lid van studentenvereniging Bernlef – al was hij van huis uit niet Friestalig. Daarna belandde hij, in 1987, in Brussel, waar hij nog steeds woont met zijn vrouw en twee zoons. […]
In 2000 kwam hij in de raad van Etterbeek, een van de negentien gemeenten van Brussel. In 2006 weer, als voorzitter van een verder Franstalige fractie. De raad heeft 35 leden van wie er 3 Nederlands spreken. Zodat Jellema tegenwoordig meestal Frans spreekt, terwijl hij in het begin de helft Vlaams, de helft Frans deed.
“Daar komt nu en dan wel kritiek op. Maar de Vlamingen zijn hier in Brussel zo’n kleine minderheid, ik denkt 10 tot 15 procent, dat je niet altijd aan Prinzipienreiterei kunt doen.” Zo hoog loopt het meestal ook niet op: “Ik denk dat ik in mijn tijd in de raad twee keer te maken heb gehad met wat je taalstrijd kunt noemen.”
De tweetaligheid leidt wel tot absurditeiten. Bij alle gemeenteraadsvergaderingen is een tolk aanwezig, want iedereen, Frans of Nederlandstalig, moet het kunnen volgen. Maar niemand gebruikt de koptelefoons ooit, want daarmee laat je als raadslid zien, dat je een van de twee rijkstalen niet machtig bent. […]
Boarne: Leeuwarder Courant, 03-04-2007