Gesmoorde ambities van Friesland , 14-04-2007 (P-LC)

Bert Middel

Het was even schrikken, een paar weken geleden. Een onderzoek van een doorgaans serieus bureau, namelijk dat van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, gooide een steen in onze vijver. Geconstateerd werd dat Friesland in tal van opzichten een achterstandsgebied is, dat Friese kinderen veel meer achtergesteld zijn dan andere kinderen in Nederland en dat bij ons werkloze jongeren geen prikkels kennen om aan het werk te gaan. Het niet-succesvol zijn zou als norm gelden.

Tegelijkertijd namen de onderzoekers waar dat de Friese overheid zich inzet voor het behoud van de Friese cultuur. Een open deur, zogezegd, waar je niet eens voor doorgeleerd hoeft te hebben.

Maar zo stelden de onderzoekers, het in een achterstand verkeren is de norm, en daarmee onderdeel van het ‘Frysk eigene’. Vervolgens koppelden de Haagse bollebozen het ene aan het andere. Dus luidde hun conclusie dat de Friese overheden en daarbij vooral het provinciaal bestuur actief bijdragen aan het in stand houden van sociale achterstanden. Sterker nog, zelfs aan het doorgeven van deze achterstanden aan volgende generaties

Even nog dacht ik aan een misplaatste grap, want de onderzoekers presenteerden hun bevindingen de dag voor 1 april. Maar het was hen bittere ernst en een oplossing hadden ze ook al in petto. Een nog op te richten provinciaal Centrum voor Jeugd en Gezin zou de ouders moeten ondersteunen bij de opvoeding.

Dit zou dan bij de achtergestelden tot andere waarden en normen leiden. Een simpele oplossing,ware het niet dat deze gespeend is van elke realiteitszin en ook nog eens voorbijgaat aan de sociaal-economische context in het noorden van Nederland.

In vroeger tijden heb ik het geluk gehad om wetenschappelijk onderzoek te mogen verrichten. In een van mijn eerste banen aan de Groningse universiteit en recentelijk nog als lector aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden. Elke serieuze onderzoeker trekt pas conclusies als zijn of haar vooronderstellingen gestaafd worden door gegevens, die op een verantwoorde manier verzameld en bewerkt zijn. Daarbij gelden onverkort de eisen van verifieerbaarheid en herhaalbaarheid. In gewone mensentaal betekent dit dat iedereen moet kunnen checken of het klopt en dat herhaling van het onderzoek door een ander tot hetzelfde resultaat moet leiden.

Dit alles zagen de onderzoekers blijkbaar over het hoofd. Verder hebben zij zich niet of nauwelijks verdiept in de stapels recente wetenschappelijke literatuur over achterstelling en achterstand. Hadden zij dit wel gedaan, dan hadden zij kunnen weten dat achterstand vooral door sociaal-economische factoren wordt bepaald. En dus niet in de eerste plaatst door culturele factoren, die vaak een afgeleide zijn van economische. De klasse waartoe je behoort, bepaalt of je maatschappelijk onder of boven ligt en dus niet je cultuur of de taal die je spreekt.

Sterker nog, je kunt het verhaal over de vermeende relatie tussen achterstand en cultuur ook omdraaien. De veronderstelling dat de Friese taal en cultuur juist bijdragen aan de emancipatie van achtergestelden, snijdt meer hout dan het tegendeel. Dankzij de erkenning van hun eigen taal konden Friezen zich maatschappelijke en politiek beter manifesteren. En die erkenning is niet vanzelf gekomen. Daar is voor gestreden, hetgeen op zich al leidt tot meer zelfbewustzijn. Ook is tweetaligheid voor de ontwikkeling van kinderen veeleer een voordeel dan een nadeel.

Dit alles neemt niet weg dat er wel degelijk iets aan de hand is. Maar dat wisten we al en daar hadden we dit flutonderzoek dus niet voor nodig. Het grote probleem van Friesland is dat op alle niveaus ambities ontbreken en waar ze nog wel zijn, worden ze maar al te vaak gesmoord. Juist in Friesland nemen veel mensen genoegen met het bestaande. Niet alleen voor zichzelf, maar erger nog, ook voor hun kinderen. Te gauw wordt voetstoots aangenomen dat kinderen niet kunnen, niet willen en dus ook niet hoeven door te leren.

Degenen die wel doorleren, kunnen in Friesland uiteindelijk alleen op een hogeschool terecht. Daarvan zijn er maar liefst drie, waarbij in nationaal verband de ene nog kleiner is dan de andere. Als het gezonde verstand maatgevend zou zijn, gingen de beide kleinere meteen in de veel grotere Noordelijke Hogeschool op. Maar dat kan blijkbaar niet, want in ons land wordt zelfs in het hoger onderwijs nog een scheiding gemaakt tussen christelijk en algemeen. Dit dan wel ten koste van de benodigde slagvaardigheid.

Na de hogeschool doorlopen te hebben, trekken velen naar elders. Niet in de laatste plaats naar Groningen, om aldaar verder ter studeren aan een universiteit die Friesland helaas moet ontberen. Friese ‘high potentials’, zoals de knappe koppen tegenwoordig heten, maken het vervolgens vooral buiten Friesland. Voor de sociale structuur en culturele ontwikkeling van Friesland is dit funest. Vervolgens worden voor topfuncties in het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en het openbaar bestuur vooral personen van buiten Friesland aangetrokken.

De noordelijke nuchterheid van doe maar gewoon, want dan doe je gek genoeg, wordt terecht vaak geroemd. Maar de keerzijde is wel dat wie het hoofd boven het maaiveld uit durft te steken, een gerede kans loopt zijn kop te verliezen. Provinciale bestuurders die op persoonlijke titel pleitten voor het vervullen van ambities, kregen onlangs van Jan en alleman te horen dat zij dit niet mochten doen. Dát zij iets zeiden kreeg meer aandacht dan wát zij zeiden. Of het hout sneed, deed er al niet meer toe.

De ambities van Friesland liggen meer voor het grijpen dan de zo geroemde ‘Fryske Fiersichten’, die op een veel langere termijn spelen. Op kortere termijn heeft Friesland er alle baat bij dat eens buiten de gebaande paden wordt getreden. De visie is er wel en de urgentie is duidelijk. Nu het draagvlak nog.

Boarne: Leeuwarder Courant, 14-04-2007

FFU: Sjoch ek by ‘Poadium 2007’: Dom, lui, beperkt, maar gelukkig, 31-03-2007 (P-LC); Efterstân net troch Frysk eigene, 03-04-2007 (P-LC); Over wat achterstand is, valt nog te twisten, 03-04-2007 (P-LC).

<< Werom nei 'Poadium 2007'