School
Pier Bergsma
Theo Thijssen was wat we tegenwoordig een achterstandsleerling zouden noemen. Als oudste zoon van een eenvoudig Amsterdamse schoenmakersweduwe bracht hij het tot onderwijzer, tot succesvol schrijver, tot voorzitter van de Bond van Nederlandse Onderwijzers en lid van de Tweede Kamer voor de SDAP, de latere Partij van de Arbeid.
Ondanks een museum en een standbeeld is Theo Thijssen nooit echt doorgedrongen tot de officiële literatuur. Hij ontbreekt veelal in bloemlezingen. In 1926 verscheen De gelukkige klas. Het is één van zijn minder bekende werken. Het wordt dit jaar in een oplage van meer dan 950.000 exemplaren verspreid onder de leden van de bibliotheek. Dit in het kader van Nederland Leest. In 1921 verliet Thijssen het onderwijs om bezoldigd bestuurder van de Onderwijsbond te worden.
Eén van de onderwerpen waar de Bond zich mee bezighield was het onderwijs in de Friese taal. Bijvoorbeeld op de bijeenkomst van april 1932. Uit het verslag blijkt dat er veel belangstelling was. ‘Toen de zaal (Schaaf in Leeuwarden) om drie uur opende, bleek het noodzakelijke de zaal te vergroten door het wegnemen van één der wanden daar ruim vierhonderd bezoekers aanwezig waren.’ Spreker Dijkstra houdt een warm pleidooi voor het Fries. Immers: het Friese kind moet niet direct gedwongen worden om het onderwijs in een vreemde taal te volgen. In de eerste drie schooljaren zou daarom het Fries als voertaal gebruikt moeten worden. Toelating van het Fries als vak en als voertaal zal recht doen aan het Friese kind. Een hartelijk applaus volgt.
Schoolinspecteur Welling heeft een andere mening. Wanneer de kinderen niet direct het Nederlands leren, dan leren ze het later ook niet meer en men dupeert op die manier de Friese kinderen. Ook nu volgt een langdurig applaus. Men kwam er dus niet uit.
Zodoende vroeg de bond op 14 oktober 1934 voorzitter Theo Thijssen om te spreken op de Zesde Friese Bondsdag in Heerenveen over ‘Het standpunt van den bond inzake het Friesch op de lagere school’. Nadat Thijssen enkele opmerkingen maakte over de verhouding tussen talen en talen en dialecten behandelde hij de uitslag van de enquête die onder de leden was gehouden. Op basis van die vragenlijst kwam de bond tot het advies om het Fries alleen in de hoogste klassen aan te bieden, voornamelijk met het doel het Fries te leren lezen. ‘De tijd kan gevonden worden door minder aan Nederlands, rekenen en natuurkunde te doen, en bij het zangonderwijs kan meer dan tot nu toe gebruik worden gemaakt van Friese liederen.’ Het enthousiasme voor onderwijs in het Fries hield dus niet over. De band Rapid Rhytmickers zorgde voor muzikale afwisseling. Ook toen had het Engels blijkbaar meer aantrekkingskracht.
Ik vrees dat tegenwoordig het belang bij veel onderwijzers om het Fries te onderwijzen niet veel groter is. Dit ondanks de veranderde inzichten in het leren van talen. En ondanks de voortreffelijke leermiddelen die we hebben. Dat is jammer, want het zijn juist de mensen voor de klas die voortrekkers zouden moeten zijn. Maar wat kunnen we verwachten wanneer een aanzienlijk deel van de leerkrachten in Fryslân die op Friese scholen met Friese kinderen werkt, het Fries niet of onvoldoende beheerst.
Boarne: Friesch Dagblad, 25-10-2007