Kort verslag van een conferentie (25 mei 2007, Noordwolde, Weststellingwerf)
Hert Nedersaksisch is in Nederland en Duitsland een officiële (door de Raad van Europa) erkende regionale taal. In Nederland valt die taal uiteen in een aantal afzonderlijke dialecten: het Gronings, het Drents, het Stellingwerfs (in Friesland), het Overijssels, het Veluws en het Achterhoeks. Het Limburgs is eveneens een officiële erkende regionale taal.
Ondanks de Europese erkenning heeft de Nederlandse overheid tot nu toe nog geen regels opgesteld om het gebruik van deze streektalen actief te bevorderen. Daarmee is zij haar verplichtingen jegens Europa en de betreffende regio’s nog niet nagekomen.
Om een streektaal te laten voortleven zijn niet alleen schrijvers en leraren belangrijk, maar ook beleidsmakers. Politieke steun is onontbeerlijk om een streektaal te doen voortleven. De erkenning volgens het Europees Handvest voor Regionale talen en Talen van Minderheden is dan ook een belangrijke eerste stap.
Professor Van Hout (Radbout Universiteit Nijmegen) waarschuwde op deze conferentie voor het stoffige imago dat de streektaal heeft. Het beleid moet in een modern en serieus te nemen jasje gestoken worden. Hij pleit dan ook voor een streektaalplatform, waar organen als Raod veur ’t Limburgs, Stichting het Brabants en Stichting SONT de krachten in de richting van de nationale politiek moeten bundelen.
Naast Nederlanders waren er ook vertegenwoordigers uit Duitsland en België (Vlaanderen) op deze conferentie. België heeft het bovengenoemde Handvest (nog) niet ondertekend. Dit hangt samen met hun grondwet, waarin is bepaald (artikel 30), dat gebruik van alle talen in België vrij is en er alleen regels ten behoeve van bestuur en rechtspraak mogen worden uitgevaardigd.
Volgens het handvest komen alleen die talen als regionale talen voor erkenning in aanmerking die:
- ten eerste van oudsher worden gebruikt in een bepaald gebied van een staat door onderdanen van die Staat die een numerieke minderheid vormen t.o.v. de overige bevolking en
- ten tweede verschillen van de officiële taal/talen van die staat.
Hieronder worden niet verstaan de dialecten van de officiële taal/talen van die staat of talen van immigranten. Groninger hoogleraar en streektaalfunctionaris Simon Reker pleit voor erkenning van alle dialecten in Nederland en Vlaanderen, niet alleen op taalkundige gronden, maar ook op grond van het beginsel van gelijkwaardige behandeling.
Via de weg van het immateriële erfgoed zijn er ook nog mogelijkheden voor streektaalbeleid. Daarmee ontstaat er een meer integrale aandacht voor de streektalen. Om daarbij een stoffig imago te voorkomen, dient digitalisering van kennis over en een innovatief gebruik en moderne beleving van de streektalen hoog in het vaandel te staan.
Ook aan onderwijsprogramma’s in de streektaal werd op deze conferentie ruim aandacht besteed. Eén van de conclusies was, dat het spreken van een streektaal als thuistaal geen nadelige invloed heeft op schoolprestaties van kinderen. De nieuwe inzichten daaromtrent dringen nog slechts langzaam door. De belangstelling voor streektaal is groeiende en er liggen veel kansen voor streektaalorganisaties en geïnteresseerde overheden. Dit culturele erfgoed is het waard goed onderhouden te worden.
Geesje Vos-Baas
Boarne: Partij voor het Noorden, Nieuwsbrief 55, 26-11-2007, s. 3