Al enkele malen is me opgevallen: het Fries wordt in de Nieuwsbrief consequent een streektaal genoemd. Ik maak hier bezwaar tegen. Het Fries is namelijk geen streektaal. In 1955-1956 ging het rijk in zijn wetgeving over tot de erkenning van het Fries als tweede rijkstaal. Daarmee gaf het rijk impliciet aan het Fries niet meer op één lijn te stellen met de ´streektalen´.
In 1992 publiceerde de Raad van Europa het European Charter for Regional or Minority Languages. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen streektalen en minderheidstalen. Daaruit is een ingewikkelde discussie gevolgd over de vraag wat nu eigenlijk een streek- en wat een minderheidstaal is. De Nederlandse regering kijkt bij het bepalen daarvan naar drie criteria van ´situationele´ aard: is het al of niet een cultuurtaal (criterium daarvoor is vooral: een maatschappelijk geaccepteerde standaardspelling), wat is het aspiratieniveau en in hoeverre wordt de taal gebruikt in officiële taaldomeinen. In principe kan elke streektaal op die drie punten scoren, maar er is geen enkele streektaal in Nederland op dit moment zo ver gekomen als het Fries. De Nederlandse overheid heeft dat ook gehonoreerd door het Fries op het hoogste niveau van het Europees Handvest voor kleine Talen te erkennen.
Wat hier nog mist, is het ‘taalgenetisch’aspect. Dat houdt in: hoe zit het met de verwantschap tussen de streektaal en de staatstaal? Anders gezegd: horen streektaal en staatstaal tot dezelfde taalfamilie of niet? Het Fries hoort duidelijk niet tot dezelfde taalfamilie als het Standaard Nederlands. Daarmee is het taalgenetisch beschouwd een taal, ook al zou het Fries op de drie ‘situationele’ kenmerken slecht scoren. Zo was het Fries ook al een taal in de tijd dat het situationeel gezien nog niet boven streektaalniveau uitkwam. Het Fries heeft zijn eigen streektalen die taalgenetisch beschouwd bij het Fries horen, net als het Hindelopers en het Schiermonnikoogs.
Hoe men in Groningen, Drenthe, en de Stellingwerven, het Gronings, Drents en Stellingwerfs wil noemen, moet men daar zelf weten. Wat het Gronings betreft, is misschien nog te verdedigen dat het een afzonderlijke taal is, alhoewel die net genoemde criteria van situationele aard lang zo ver niet zijn uitgebouwd als bij het Fries, en ook lang zo’n brede steun niet genieten in Groningen als die voor het Fries in het Friese taalgebied. Maar bij Drents en Stellingwerfs zou je ook wel kunnen spreken van Nederlandse streektalen, omdat de taalafstand tot het Nederlands vrij klein is, en omdat het net genoemde taalgenetisch argument hier niet opgaat. In plaats van ‘Nedersaksisch’, een in de twintigste eeuw bedachte term, spreken taalkundigen ook wel van Oost-Nederlands, met evenveel recht lijkt mij.
Maar wie nu het Fries nog een streektaal noemt, geeft daarmee als het ware te kennen dat de Friestaligen en degenen die voor de uitbouw van het Fries strijden, eigenlijk op hetzelfde bescheiden aspiratieniveau moeten plaatsnemen als de voorstanders van Stellingwerfs, Gronings en Drents. Dat zou betekenen dat de Friezen om de lieve vrede van de noordelijke gemeenschappelijkheid een aantal verworvenheden zouden moeten prijsgeven. Dat doen ze - terecht - echt niet.
Kerst Huisman
Boarne: Nieuwsbrief 57, Partij voor het Noorden, 25 febr. 2008, s. 3, 5
De reaksje fan Teun Jan Zanen komt in nûmer letter (Nieuwbrief 58, 14 april 2008), 14-04-2008 (P-PvdN):
Taal en streektalen
Ok Kerst, nietsvermoedend heb ik jou op de kast gejaagd met een zinsnede over het Fries (Nieuwsbrief 56). Excuus daarvoor. Jouw artikel in Nieuwsbrief 57 is duidelijk: het Fries is een taal die binnen Nederland vooral in Friesland gesproken, gelezen en geschreven wordt. Sinds 1955 is het door de Nederlandse staat erkend als tweede Rijkstaal. In 1992 volgde de erkenning als regionale minderheidstaal door de Raad van Europa.
Voor het Nederlands geldt dat dit in heel Nederland gesproken, gelezen en geschreven wordt. Taalgenetisch staat het Fries op hetzelfde niveau als het Nederlands. Beide kennen ze meer of minder afwijkende subtalen (streektalen: het Hinderlopers en Schiermonnikoogs enerzijds en het Oost-Nederlands of Stellingwerfs, Drents, Sallands, Twents, Achterhoeks of Veluws anderzijds).
Het Gronings is als taal jonger. Genetisch gesproken is het een nieuwe taal, ontstaan vanuit het Fries, Drents en Hanzeatische Nederduits. Het Gronings kent 5 varianten. De spelling is vastgelegd, dus het is een cultuurtaal. Het aspiratieniveau varieert. Momenteel is er enerzijds sprake van een overlevingsstrijd, anderzijds is de belangstelling om Gronings te leren breed verspreid. In het officiële domein wordt het Gronings nauwelijks gebruikt, hoewel het bij RTV Noord langzaam terrein lijkt te winnen. […]
Teun Jan Zanen
Boarne: Nieuwsbrief 58, Partij voor het Noorden, 14-04-2008, s. 5