Als het over taal gaat, kunnen we niet precies genoeg zijn.
PETER NIEUWENHUIJSEN
docent taalkunde
In Leeuwarderadeel worden drie plaatsnamen verfriest. Dat is mooi, maar het gaat mij nu even om de laatste letter van de vorige zin. Het dreigt namelijk de gewoonte te worden om het werkwoord ‘verfriezen’ te gebruiken (LC 14 maart). Ik vind dat jammer, omdat het systematisch-taalkundig gezien ‘verfriesen’zou moeten zijn en ik vind het altijd spijtig als er weer een stukje regelmaat in de taal plaatsmaakt voor willekeur. Dus wat mij betreft niet verfriezen, verfriesde, verfriesd, maar verfriesen, verfrieste, verfriest.
Waarom dan wel? Het is een vrij eenvoudige kwestie, maar in taalzaken heb je vaak veel woorden nodig om over één lettertje te kunnen beslissen. Het zit zo.
Het werkwoord ‘verfriesen’ is net zo gevormd als bijvoorbeeld ‘vergelen’ en ‘verzieken’. Zo’n werkwoord maak je van een bijvoeglijk naamwoord: geel, ziek, Fries. Het gaat dus om het woord Fries, dat we ook tegenkomen in ‘een Fries meisje’, ‘een Friese jongen’. En zie: daar blijft de s gehandhaafd, ook als er een e achter komt. We moeten niet in de war raken met het zelfstandig naamwoord Fries. Dat heeft wél iets met een z: één Fries, twee Friezen.
Een beetje plastisch uitgedrukt zit er dus in het ‘Fries’ waarvan ‘verfriesen’ is afgeleid, een harde s, die geen krimp geeft als er een e achter komt. Deze s werd vroeger anders geschreven, waardoor de hardheid goed tot uitdrukking kwam: Friesch.
In oude namen kom je die schrijfwijze natuurlijk nog geregeld tegen: de Friesche Elf Steden, Friesche Vlag, Friesch Dagblad. De ch gaat terug op een klank die er ooit echt geweest is, maar die al eeuwen niet meer wordt uitgesproken, behalve in de Drentse plaatsnaam Vriescheloo. Uitgerekend een vorm met datzelfde Fries dus.
Uiteraard heeft die ch alles te maken met de k die we in Standaardfries aantreffen. De Friese woorden laten precies zien wat we hierboven hebben duidelijk gemaakt: het bijvoeglijk naamwoord is Frysk, Fryske; het zelfstandig naamwoord is Fries: ien Fries, twa Friezen.
In het Nederlands wordt veel gehannest met s en z. Het zou best kunnen dat het verschil bezig is te verdwijnen, zoals ook het verschil tussen ch en g verdwenen is.Ook f en v lijken steeds meer op elkaar, wat jammer is, want met een f, een v en twee w’s is het Nederlands best een beetje bijzonder.Gelukkig gaat de ontwikkeling in Vlaanderen nog niet zo hard, al lijkt er ook daar een begin mee gemaakt.
Een teken dat er onzekerhied bestaat op het gebied van s en z, is het feit dat er mensen zijn die ‘zuiker’ en ‘zamen’ zeggen: zogeheten hypercorrecties.
De z is aan het eind van de Middeleeuwen in het Nederlands terechtgekomen, maar heeft nooit alle regio’s en alle bevolkingsgroepen bereikt.
Veel Nederlanders, vooral in het Noorden, zeggen dus een s, waar z de norm is. Wie dat van zichzelf in de gaten krijgt en de wil heeft er iets aan te doen, kan gemakkelijk vergissingen begaan. Men begint s’en door z’s te vervangen, maar doet dat te vaak: ‘zuiker’. En hoewel ‘verfriezen’ veel minder fout klinkt dan ‘zuiker’, past het wel precies in dit patroon.
Boarne: Leeuwarder Courant, 25-03-2008
FFU: Sjoch ek by ‘Poadium 2008’: Doarpsnammen, 25-03-2008 (P-LC) en it dêrûnder oan taheakke krantestikje: Oude Leije, Finkum en Cornjum voortaan Fries, 14-03-2008 (LC). Dêr stiet it ferkeard skreaune tiidwurd ‘verfriezen’.