Friezen en Nederlanders, 14-04-2008 (P-PvhN)

Meer dan veertig procent van de Friezen voelt zich in de eerste plaats Fries, en daarna pas Nederlander. Groningers en Drenten voelen zich vooral Nederlander. Ongeveer een vijfde tot een zesde deel van de Friezen is voorstander van een eigen noordelijk landsdeel. Dit zijn enkele uitkomsten van de jaarlijkse enquête ‘Barometer van het Noorden’ van de Rijksuniversiteit Groningen.

Er blijkt dus in Friesland een redelijk sterk gevoel te zijn, een eigen natie te vormen. De uit de enquête naar voren komende feiten vormen geen incident. Eerdere onderzoeken hebben vergelijkbare resultaten opgeleverd. Het zou te ver voeren hier een opsomming van al die uitkomsten te geven. Maar één kan niet onvermeld blijven. Uit een eind jaren tachtig door de Canadese onderzoekster Janet Mary Penrose gehouden enquête bleek dat van de inwoners van Friesland 63 procent de Friezen beschouwde als een van andere naties te onderscheiden volk. Bovendien vond 37% het Fries-zijn belangrijker dan het Nederlanderschap.

Dat Friese natiebesef gaat op dit ogenblik niet zover dat men ook rechtstreeks de vorming van een eigen staat nastreeft. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat de Nederlandse rijksoverheid juist op het terrein van de Friese taal, één van de kenmerken van de Friese eigenheid, in de afgelopen decennia een zekere tegemoetkomendheid heeft betracht. Die zou er zeker niet zijn geweest als er geen sprake zou zijn van dat Friese natiegevoel.

Dat toch veel Friezen het idee hebben dat het met het Haagse begrip wel beter kon zijn, blijkt uit een ander tamelijk verrassend gegeven. Volgens de enquête van de RuG wil meer dan een kwart van de Friezen onder het Haagse bestuur uit. Dat heeft te maken met hetgeen hierboven staat, maar ook met het gegeven uit de enquête dat ruimt een derde deel van de Friezen vindt, economisch achtergesteld te worden door de regering.

Dan wordt het ook interessant te kijken naar hoe het er in de andere noordelijke provincies voorstaat. Het gevoel geen of nauwelijks Nederlander te zijn, bestaat daar amper. Maar op economisch terrein is er wel een opmerkelijke uitkomst. De helft van de Groningers vindt dat hun provincie economisch wordt achtergesteld door Den Haag. Dat wijst erop dat er ook in Groningen nogal wat mensen zijn die graag onder ‘den Haag’uit willen.

Het blijkt ook steeds weer dat men zich dat inde Randstad ook terdege realiseert. Recentelijk verscheen in NRC Handelsblad van 8/3 jl. een goed beargumenteerd pleidooi om Nederland maar op te delen in die delen: Randstad, Noorderland en Zuiderland. Heel typerend was dat er maar één ingezonden stuk tegen verscheen. Men kan er nog twijfel over hebben dat Overijssel bij Noord zou moeten worden ingedeeld, zoals de auteurs van het stuk bepleiten. Dat lijkt niet zo praktisch, gezien de innige banden die de regio Twente bijvoorbeeld al heeft met het Munsterland.

De Partij voor het Noorden zou bij het bepalen van haar strategie zeker rekening moeten houden met de uit de enquête van de Groningse universiteit blijkende discrepanties. Een belangrijke taak voor de partij is het om een gemeenschappelijke noemer te vinden voor het bovenvermelde onmiskenbare Friese natiegevoel en het gevoel van de Groningers door ‘Den Haag’ tekort te worden gedaan.

Kerst Huisman

Boarne: Partij voor het Noorden, Nieuwsbrief 58, 14-04-2008, s. 5

<< Werom nei 'Poadium 2008'