BREDSTEDT- Honderd jaar Fries op de scholen in Noord-Duitsland is terug te brengen tot golfbewegingen met goede en slechte tijden. Successen hingen meestal af van individuele personen als enthousiaste leraren. Nu verkeert het onderricht in het Fries in een dal. Er moet snel iets gebeuren, wil het bereikte van de afgelopen honderd jaar niet wegspoelen.
Dit zei professor Thomas Steensen, directeur van het Nordfriisk Instituut, woensdagavond in een lezing ter ere van honderd jaar Fries in het Noord-Duitse onderwijs. Vanaf 1 juli 1909 is in Noord-Duitsland, in Schleswig-Holstein, officieel sprake van les in Friese taal. De toenmalige cultuurminister legde direct een verbod op. Hij vond dat een land pas een eenheid vormt als overal dezelfde taal gesproken wordt. Volgens Steensen leidde dit soort tegenstand bij andere minderheidstalen vaak tot heftige opstand, maar op het eiland Sylt, waar het allemaal begon, begon de aanhang voor Friese les gelijk te wankelen.
Tussen 1918 en 1933 bloeide de aandacht voor de taal weer op. De leraar Albrecht Johanssen richtte een club van Friese leraren op. In de jaren zestig nam het aantal dorpsscholen af en daarmee het onderwijs in het Fries. Vanaf 1981 kwam er een opleving toen het ministerie van cultuur officieel mensen verantwoordelijk stelde voor onderwijs in de Friese taal.
Nu is Fries de derde taal in Schleswig-Holstein na het Duits en het Deens. Er volgen zo’n negenhonderd scholieren Fries. Volgens Steensen een dieptepunt. Wil de taal toekomst hebben, dan moet het onderricht in het Fries op scholen serieus genomen worden, stelt Steensen.
Boarne: Leeuwarder Courant, 03-07-2009, s. 15
FFU: Foar mear ynformaasje: Minderheiten- und Volksgruppenpolitik in Schleswig-Holstein. Minderheitenbericht 2007, Berichtszeitraum 2005-2010, 16. Legislaturperiode. Kiel: der Ministerpräsident des Landes Schleswig-Holstein, Staatskanzlei.