Volgens IJsbrand Jepma moet er heel wat veranderen bij de Friese crèches (LC 28 februari 2009). Op dit moment worden ze bemand door pedagogisch ongeschoolde vrijwilligers, maar voortaan moeten deze goedwillende amateurs aan de hand van ontwikkelingsplannen methodisch en thematisch gaan werken. En geven ze ouders huiswerk mee, zodat de vroegkinderlijke ontwikkeling thuis ook optimaal gestimuleerd wordt. De Friese taal is daarbij voortaan uit den boze, want als je Fries spreekt, is een fatsoenlijke baan uitgesloten. Jepma kan het weten, want hij heeft zich ondanks zijn Friese afkomst opgewerkt tot kwartje van formaat.
De argumentatie van dit zelfverklaarde kwartje is echter geen stuiver waard. De dames die onze kleintjes opvangen, zijn wel degelijk geschoold en krijgen een fatsoenlijk dubbeltjesloon. En hebben pedagogisch heel wat meer in hun mars dan de tenenkrommende karikatuur van Jepma suggereert. Alsof ons kroost is overgeleverd aan een stelletje onnozele Friese boerentrienen die pro Deo de hele dag maar wat zitten te pamperen. Over spelverrijking of themagestuurd onderwijs hoor je deze dames misschien niet, want dat is geen praat voor een dubbeltje. Maar ze voelen op hun boerenklompen wèl haarfijn aan dat het draait om ouderwetse zaken als rust, reinheid en regelmaat.
Natuurlijk is het goed om ook in de kinderopvang doordacht te werk te gaan. Maar er lopen teveel quasi-deskundigen rond die zonodig ook hun steentje moeten bijdragen. Bijgevolg ontstaat de hypermamma en -pappa, letterlijk dolgedraaid door de tegenwoordige overdaad aan pedagogisch geneuzel. Een onzekerheid waarvan het kind uiteindelijk de rekening betaalt.
Ook de relatie tussen het Fries en onderwijsachterstand is heel wat ingewikkelder dan ons doorgeleerde kwartje suggereert. Niet een afwijkende moedertaal, maar een taalarme omgeving is funest. Daarbij maakt het niet uit of er nu in het Nederlands, Fries of Turks gezwegen wordt. Het taalgevoel van kleine kinderen wordt juist bij uitstek gestimuleerd in een taalrijke omgeving. Niet voor niets zetten Provincie en Europa zich actief in voor minderheidstalen, zowel thuis als in het onderwijs. Die politieke bereidheid is zwaar bevochten en verdient recensies van professionals, niet de gammele betogen van omhooggevallen nestbevuilers als Jepma. Zijn enge, nivellerende ideeën zijn juist de dood in de pot voor een cultureel hoogstaande samenleving. Die vlakt haar veelzijdigheid niet uit, maar stimuleert die juist. Gelukkig zijn er talloze Friese dubbeltjes die dat wèl snappen; zij gebruiken terecht hun moedertaal in tal van fatsoenlijke maatschappelijke posities.
Drs. J.J. Luhoff
Drachten
Boarne: drs. Johannes Jenze Luhoff, e-post 1 maart 2010