Friese taal komt in de Grondwet, 13/16-01-2010 (A-LC)

DEN HAAG – De Friese taal wordt, naast het Nederlands, opgenomen in de Grondwet. Dat heeft de ministerraad besloten op voorstel van minister Guusje ter Horst van binnenlandse zaken. In de Grondwet komt te staan dat Nederlands de officiële taal is en dat de wet regels stelt omtrent het Fries in het verkeer met de overheid.

Deze bepaling betekent volgens het ministerie van binnenlandse zaken dat het Fries als tweede rijkstaal straks beter wordt beschermd dan nu. De regels waar de Grondwet over rept, komen in een andere wet. “Daar gaan we nog over praten”, aldus de woordvoerder van binnenlandse zaken.

Gedeputeerde Jannewietske de Vries spreekt van “in histoaryske trochbraak en in echte boppeslach foar it Frysk.” “Us lobby hat sukses hân. It hie  hiel ferfelend west as it Nederlânsk allinnich neamd waard.” Fryslân wil de verantwoordelijkheid voor het Fries nog wel overnemen van Den Haag. De Vries: “Dat soe ús praktysk enoarm helpe.”

Het betekent niet automatisch dat iedere Fries recht heeft in zijn memmetaal te communiceren met de overheid. “We zullen specifieke situaties benoemen. In het Fries bellen met een ambtenaar in Den Haag is niet handig, maar in de eigen provincie kan ik me het goed voorstellen.”

Dat laatste is nu ook al wettelijk geregeld. Maar opname in de Grondwet betekent een betere bescherming, aldus Van Steen, omdat die in tegenstelling tot andere wetten niet zo eenvoudig terug te draaien is.

Het kabinet wil het Nederlands en Fries beter beschermen tegen oprukkende andere talen, als Engels, Turks, Marokkaans en Papiamento. Als gevolg van de internationalisering en de pluriforme samenstelling van de bevolking worden er steeds meer talen gesproken. “Het kabinet acht het van belang dat het gebruik van de Nederlandse taal niet in het gedrang komt”, aldus het kabinet.

Veel hangt af van de invulling van de regels voor het Fries, denkt CDA-kamerlid Rendert Algra. “As it betsjut dat it de twadde rykstaal is, is it prima. Mar as it yn it regearakkoart stiet, dat it Frysk waarboarge is troch Europeeske regeljouwing, is it net foldwaande.”

Zijn partijgenoot Joop Atsma: “It wie de bedoeling it net yn ’e grûnwet te setten, dus dit is wis in risseltaat. Ik gean derfan út dat it Frysk goed beskerme wurdt.”

Boarne: Leeuwarder Courant, 13-02-2010, s. 1

FFU:  Wy wolle hjirûnder ek omtinken freegje foar in haadredaksjoneel kommentaar út de Leeuwarder Courant:

Doorpakken met taal in Grondwet, 16-02-2010, s. 1

Het pleit had dik vijftien jaar geleden al beslecht kunnen zijn. Als wijlen staatssecretaris Dieuwke de Graaff-Nauta wat meer durf had getoond, had Nederland al lang een grondwetartikel gehad waarin de bevordering van het Nederlands en het Fries als officiële rijkstalen was gewaarborgd.

De oud-gedeputeerde uit Sneek was staatssecretaris en minister van binnenlandse zaken in twee kabinetten-Lubbers en kreeg toen te maken met de wens van CDA en GPV om in de Grondwet vast te leggen dar Nederlands de omgangstaal is in Nederland. De Graaf vond zo’n artikel niet nodig. De voertaal was in haar visie voldoende beschermd, al was het maar door gewoonterecht.

De bewindsvrouw had nog een tweede overweging: grondwettelijke bescherming van het Nederlands zou wel eens een negatief effect kunnen hebben op de positie van de tweede rijkstaal, het Fries. En die taal had nu juist een streepje voor, want in allerlei wetgeving (onderwijs, rechtspraak, binnenlands bestuur) waren wel afspraken vastgelegd over het Fries en niet over het Nederlands.

De Graaff-Nauta had deze klip kunnen omzeilen door naast het Nederlands ook het Fries in de Grondwet op te nemen als een te beschermen omgangstaal. Die stap durfde ze niet te zetten, vermoedelijk omdat ze vreesde beschuldigd te worden van bevoordeling van haar eigen ‘memmetaal’. Die bescheidenheid sierde haar, maar leidde er wel toe dat er nu al vijftien jaar onduidelijkheid is over de status van onze rijkstalen.

Nu de ChristenUnie, waarin het GPV opging, deel uitmaakt van het kabinet, wordt er een nieuwe poging gedaan Nederlands en Fries grondwettelijke bescherming te geven. Een halszaak kun je het niet noemen. Toch moeten kabinet en parlement nu maar eens doorpakken. Baat het niet, schaden zal het zeker niet.

Dat de confessionele partijen zoveel belang hechten aan een taalartikel in de Grondwet, is wel te verklaren. Meer dan andere partijen onderscheiden zij zich door historisch besef en gevoel voor symboliek. Dat levert eerbied op voor de rol die de taal speelde bij de vorming van Nederland als natie. Het gevoel voor symboliek is nodig omdat de praktische waarde van een taalartikel beperkt is.

Hoe het daadwerkelijk komt met de bescherming van Nederlands en Fries tegen indringers binnen en buiten de landsgrenzen, hangt niet af van de Grondwet, maar van wetten en beleid. Als de Grondweet een extra steuntje kan zijn, is dat mooi meegenomen.

HW

Boarne: Leeuwarder Courant, 16-02-2010, s. 1

<< Werom nei 'Aktueel 2010'