Frysk yn it basis- en fuortset ûnderwiis: in kritysk ynspeksjerapport, 24/25-11-2010 (A-LC/FD)

Kwaliteit van lessen Fries laat nog veel te wensen over, 24/25-11-2010 (A-YU)

Inspectie van het Onderwijs, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap - Het onderwijs in het vak Fries in basisonderwijs en voortgezet onderwijs kan veel beter. Dit blijkt uit het rapport 'Tussen wens en werkelijkheid' ('Tusken winsk en wurklikheid') van de Inspectie van het Onderwijs. Vandaag biedt hoofdinspecteur Rick Steur het rapport aan aan Jannewietske de Vries, gedeputeerde van de provincie Fryslân.

Geen verschil tussen les aan Friestalige en niet-Friestalige leerlingen
Ten opzichte van 2005 blijken scholen beter op de hoogte te zijn van de thuistaal van hun leerlingen. Ook hebben ze vaker een taalbeleidsplan. In de lessen is echter nog weinig verbetering te zien. Het onderwijsaanbod wordt veel te weinig afgestemd op de verschillen tussen leerlingen. Dat is zorgelijk, daar een aanzienlijk deel van de leerlingen het Fries niet van huis uit meegekregen heeft. Ook de kwaliteitszorg is onvoldoende. Zo analyseren te weinig scholen systematisch de kwaliteit en de opbrengsten van het Friese onderwijs, waardoor het ook lastig is om de kwaliteit te verbeteren.

Veel initiatieven genomen
In de laatste tien jaar zijn veel initiatieven genomen waarvan het onderwijs in het Fries heeft kunnen profiteren. Zo zijn de kerndoelen aangepast, heeft de provincie Fryslân Boppeslach ingezet om het onderwijs in Fryslân te verbeteren, hebben rijk, provincie en schoolbesturen het kwaliteitsakkoord basisonderwijs gesloten en zijn er nieuwe onderwijsmethoden beschikbaar gekomen. Naar nu blijkt is er nog veel te verbeteren aan de lessen Fries. Overigens is zo’n verbetering nog niet voldoende om de ambities die het rijk en de provincie hebben voor het Fries te realiseren. De inspectie is er niet zeker van of er in de provincie voldoende draagvlak is voor de versterking van het vak Fries. Een deel van de scholen geeft alleen Fries omdat het moet en directeuren schatten de motivatie van leerlingen en ouders voor het vak Fries vaak laag in.

Inspectie adviseert opbrengstgericht werken
De inspectie adviseert scholen opbrengstgericht te gaan werken aan het vak Fries en het leerstofaanbod af te stemmen op de verschillen tussen leerlingen. Ook moeten scholen, daarbij mogelijk geholpen door de provincie, ervoor zorgen dat de resultaten van de leerlingen gevolgd kunnen worden aan de hand van een genormeerd toets- of leerlingvolgsysteem. Zodra dat op orde is zal de inspectie de kwaliteit van het onderwijs in het Fries weer onderzoeken.

Regels moeten duidelijker
De inspectie wil erop letten dat scholen voldoen aan de verplichting om Fries aan te bieden. Daarvoor is het wel nodig dat het ontheffingsbeleid van de provincie duidelijker wordt. Daarnaast moeten er meer docenten bekwaam en bevoegd zijn voor het vak Fries. Hiervoor moeten de regels worden verduidelijkt. Ook dienen lerarenopleidingen te zorgen voor een laagdrempelig aanbod. Bij deze verbeteringen is een belangrijke rol voor de provincie weggelegd. 

Wettelijke positie Fries in het onderwijs
Volgens de Wet op het primair onderwijs (WPO) moet op scholen voor basisonderwijs in de provincie Fryslân onderwijs in de Friese taal worden gegeven. Verder kunnen scholen het Fries als voertaal bij het onderwijs gebruiken. Volgens de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) bevat de onderbouw onderwijs in de Friese taal. De scholen voor speciaal onderwijs kunnen Fries opnemen in hun onderwijs. Volgens de Wet op de expertisecentra (WEC), waar deze scholen onder vallen, is dit echter niet verplicht. Scholen kunnen bij de provincie Fryslân ontheffing vragen van de verplichting om Fries te geven. De beleidsregel hierover is onder revisie.
- Tussen wens en werkelijkheid
- Tusken winsk en wurklikheid
- Tussen wens en werkelijkheid - printversie
- Tusken winsk en wurklikheid - printversie

Boarne: parseberjocht fan de ynspeksje, 24-11-2010

Inspectie mist taaltrots Friezen, 24-11-2010 (A-FD)      

Lector Alex Riemersma ziet wel degelijk animo voor Fries
Friesch Dagblad - Friese scholen doen nog altijd te weinig om de Friese taal en cultuur op een hoger plan te tillen, constateert de Onderwijsinspectie. Vergeleken met de vorige rapportage in 2006 is er maar weinig verbeterd. Volgens de inspectie is er te weinig ‘taaltrots’ onder Friese leerlingen, ouders en schoolbesturen.

Vorige maand publiceerde het Friesch Dagblad de belangrijkste conclusies al van het rapport over het Fries in het basis- en voortgezet onderwijs. De inspectie is negatief: de scholen blijven tobben met het niveauverschil tussen leerlingen die thuis Fries spreken en niet-Friestaligen, er is geen objectieve manier om de taalbeheersing te toetsen en dus valt er niet te zeggen over de prestaties van de leerlingen.

Veel hoop op verbetering heeft de inspectie niet, want de motivatie van de leerlingen is laag (lager nog dan voor vakken als Frans en Duits), schoolbesturen halen voor een deel niet eens het minimum aan lestijd (45 minuten in het basisonderwijs, een uur in het voortgezet onderwijs), en volgens de directies willen ouders ook niet dat er meer aan het Fries gebeurt.

Het leidt tot een sombere constatering: ‘Het is de vraag of er voldoende draagvlak is om voor het vak Fries kwalitatief en kwantitatief meer ruimte te maken’. Daarbij valt de term taaltrots. Kortom: het kan ouders, leerlingen en schoolbesturen eigenlijk te weinig schelen om er meer werk van te maken. Dat blijkt onder meer uit het percentage scholen dat Fries in de eerste plaats geeft omdat het moet (bijna een op de drie).

De inspectie ziet geen heil in verdere rapportages, zolang er geen goed systeem op poten wordt gezet om de vorderingen van leerlingen te meten. Daarvoor zijn objectieve, niet aan lesmethoden gebonden toetsen nodig. Pas als de Friese scholen zulk materiaal hebben en gebruiken, wil de inspectie de kwaliteit weer toetsen.

Alex Riemersma, lector Fries en meertaligheid, erkent dat het schort aan objectieve toetsing. Hij is het echter niet eens met de constatering dat het draagvlak ontbreek. “Met een woord als taaltrots kan ik niet veel. Wat is dat? Trots op je taal ben je vooral buiten de grenzen.”

Onderschatting
Riemersma vindt dat de inspectie te snel constateert dat er geen draagvlak is. “Schooldirecties onderschatten de wens van ouders voor goed Friestalig onderwijs. We weten uit onderzoek dat 76 procent in het basisonderwijs dat belangrijk of heel belangrijk vindt. Op het voortgezet onderwijs hecht 67 procent van de ouders daaraan. In het rapport staan alleen de aannames van de schooldirecties, en die schatten in dat niemand onder de ouders meer aandacht voor het Fries wil. Dat is een enorme onderschatting.”

Niets van aangetrokken
Hij neemt het de schooldirecties kwalijk dat ze in vier jaar tijd niets gedaan hebben om hun beeld bij te stellen. “Dit kwam er vier jaar geleden ook al uit. Maar daar hebben ze zich blijkbaar niets van aangetrokken.”

Dat de leerlingen niet gemotiveerd zijn, ligt volgens Riemersma ook aan de gebrekkige kwaliteit van het onderwijs. Leraren weten niet op welk niveau hun leerlingen instappen, en dat maakt een goede afstemming vrijwel onmogelijk. “Als het aanbod goed is, willen leerlingen ook wel.”

Ook dat valt schoolbesturen aan te rekenen. “Er moet veel meer continuïteit komen. Zorg voor een goed leerlingvolgsysteem, zodat een nieuwe school weet waar een leerling staat, parallel aan de systemen voor Nederlands en Engels. Op dat vlak hebben we nog een hele weg te gaan.”

Boarne: Friesch Dagblad, 24-11-2010, s. 15

Fries amper serieus vak op scholen, 24-11-2010 (A-LC)

JAN DIJKSMA

Alarmerend rapport: motivatie laag bij leerlingen, ouders en leerkrachten   

Leeuwarder CourantScholen nemen onderwijs in het Fries amper serieus. Opnieuw oordeelt de inspectie hard.
Sinds de vorige inspectieronde, in 2006, is er weinig verbeterd, concludeert hoofdinspecteur Rick Steur in het rapport ‘Tussen wens en werkelijkheid’, dat hij vanochtend aanbood aan gedeputeerde Jannewietske de Vries. In vergelijking met het eerste inspectierapport om 1999 is er onvoldoende ontwikkeling, constateert Steur in zijn voorwoord: ‘It kin better!!’  

Het vak hangt er vaak maar wat bij. Er zijn weinig bevoegde leerkrachten. Een flink deel van de scholen geeft alleen Fries omdat het moet. De motivatie van leerlingen en ouders is laag, zeggen directeuren.

Twijfel aan voldoende draagvalk voor versterking
De inspectie betwijfelt ook of er voldoende draagvlak is voor versterking. Geen enkele directeur denkt dat ouders meer verwachten van de school. Van de leerlingen is slechts 8 procent sterk gemotiveerd: een meerderheid is hooguit neutraal.

In het voortgezet onderwijs is de motivatie nog slechter. Leerlingen zijn voor dit vak het minst gemotiveerd van alle talen en 90 procent van de directeuren vindt de positie zwak of marginaal. In 2009 deden slechts veertig leerlingen examen in het Fries. Vanaf nu wil de inspectie wel scherper in de gaten houden of scholen zich houden aan de verplichting tot het geven van Fries.  Nu komt het te vaak voor dat een school geen ontheffing heeft, maar er toch niets aan doet.

In de afgelopen jaren zijn veel initiatieven genomen om de status en kwaliteit van het Fries in het primair en voortgezet onderwijs op te krikken. Er zijn nieuwe lesmethoden ontwikkeld. Scholen houden te weinig tekening met de verschillen tussen leerlingen. Zelfs scholen met drietalig onderwijs (Nederlands, Engels, Fries) slagen er niet altijd in de ontwikkeling van leerlingen systematisch bij te houden.

Eindtoets voor groep 8 op komst
De scholen houden de kwaliteit onvoldoende in de gaten, oordeelt de inspectie. Ze moeten meer opbrengstgericht werken, zoals in andere vakken, en de resultaten in de gaten houden door een goed toets- of leerlingvolgsysteem. Het Cito werkt aan een eindtoets voor groep 8. Pas als dat allemaal op orde is, wil de inspectie weer naar de kwaliteit kijken.

Boarne: Leeuwarder Courant, 24-11-2010, s. 1

‘Goede les beste promotie voor Fries’, 25-11-2010 (A-LC)

JAN DIJKSMA

De status van het vak Fries is te vrijblijvend, maar bovenal, zo vindt hoofdinspecteur Rick Steur, moeten leraren er zinniger les in geven                                

Leeuwarder Courant - Op vele fronten is er hard aan getrokken om de voorwaarden voor het Fries te verbeteren. Zo is er goed lesmateriaal ontwikkeld, onder meer met steun van de provincie die stevig investeerde in het project Boppeslach. Maar in de lessen klinkt het te weinig door.

‘Tusken winsk en wurklikheid’ is de titel van het kritische rapport, dat de Inspectie van het Onderwijs gisteren in Leeuwarden presenteerde over de kwaliteit van de Friese lessen in primair en voortgezet onderwijs. “Dy titel seit it al”, aldus hoofdinspecteur Rick Steur.

Veel scholen nemen het vak niet serieus. Volgens het rapport hebben veel leerkrachten en leerlingen er ook weinig zin in, en vinden ouders het niet nodig dat de school er meer aan doet. Heeft het dan wel zin, als de inspectie scherper gaat toezien op de wettelijke plicht Friese les te geven?

De tegenzin lijkt groot. Maar Steur is niet pessimistisch. Als de kwaliteit van de lessen omhoog gaat, meent hij, zullen leerlingen en ouders merken dat er voor iedereen wel wat valt te halen.

“It is gjin kwestje fan of-of …”, aldus Steur. De tijd voor Fries hoeft niet ten koste te gaan van andere vakken. Scholen zijn verplicht er tijd aan te besteden. En als je die tijd goed gebruikt, komt de aandacht voor Fries ten goede aan het taalgevoel van kinderen.

De inspecteurs kwamen ook scholen tegen die er goed mee omspringen. Vooral de drietalige scholen springen eruit. Maar de sleutel ligt bij de scholen en leraren.

Concrete leerdoelen zijn belangrijk, evenals toetsen om na te gaan hoe leerlingen zich ontwikkelen. Daar schort het aan, constateert Steur. Vaak hebben leerkrachten slecht voor ogen wat zij hun leerlingen willen en kunnen bijbrengen. Dan wordt in een school – zoals uit het rapport blijkt – de taal wel gebruikt in gesprekken buiten het lokaal, maar speelt het Fries in de klas een ondergeschikte rol. Het is vooral zaak, aldus Steur, om mensen te overtuigen van het nut ervan en het vak uit de marge te halen.

Alleen hameren op de plicht is onvoldoende, stelde gedeputeerde Jannewietske de Vries van de provincie gisteren bij de presentatie van het rapport. De drietalige scholen laten zien dat de leerresultaten in de breedte beter worden door aandacht voor Fries.

Inmiddels zijn er al veertig drietalige scholen in de provincie, en het aantal groeit snel. De Vries: “Dêr sjogge jo dochs de ljochtpuntsjes.” Als ouders beseffen dat meertaligheid een voordeel kan zijn, is veel gewonnen. Dat moeten scholen en de provincie voor het voetlicht brengen.

Heldere regels voor Friese les en dan?
In een stad als Leeuwarden hebben relatief weinig leerlingen een band met het Fries. In de praktijk doen basisscholen er ook weinig aan. De Inspectie van het Onderwijs wil heldere regels, om scholen toch op hun plicht te vergen. En dan?

Peter van de Bult, directeur van de Dr. Algraschool in de wijk Camminghaburen: “Fries  is een verplicht vak, dus we moeten er wat mee. Maar onze schoolpopulatie heeft weinig met de taal. Als we een ontheffing kunnen krijgen, gebruiken we die zeker. En als het Fries toch moet, moeten we daar maar creatief mee omspringen. We kunnen een lesuur maar één keer besteden, en we moeten ook van alles met rekenen en taal. Daar komt de inspectie eveneens voor langs. Passend onderwijs komt daar nog bij, zonder extra geld. Dan moet je wel eens keuzes maken.”

Antonio de Ruiter, directeur van de Prins Mauritsschool in de wijk Bilgaard: “Op onze school komen leerlingen van 29 nationaliteiten. Toch besteden we aandacht aan het Fries, al is het maar omdat het leren van een tweede of derde taal goed is voor het taalgevoel van kinderen. In de jongste groepen is het beperkt, maar vanaf groep 5 werken we met de nieuwe methoden van Studio F planmatig aan het vak. Dan gaat het om hooguit passieve beheersing, dus verstaan en lezen. Voor het actieve deel willen we een ontheffing. Dat is te hoog gegrepen, maar we werken er wel aan.” 

Boarne: Leeuwarder Courant, 25-11-2010, s. 16

FFU: Sjoch ek by ‘Poadium 2010’, ‘Friese onwil’ en ‘In wide kleau’, 25/26-11-2010 (P-LC) en ‘Taal’, 29-11-2010 (P-LC), reaksjes op it rapport en krityk op boppesteande opfettings fan direkteur Peter van de Bult fan de Dr. Algraschool te Ljouwert (Camminghabuorren).

<< Werom nei 'Aktueel 2010'