door ds. R. Reitsma
Onlangs werd in de krant gewag gemaakt van een uiterst ondermaats onderzoek, waarin het taalgedrag van Turken en Friezen in Nederland werd vergeleken. De aanvechtbare uitkomst was, dat Turks met elkaar sprekende Turken sneller dan Fries met elkaar sprekende Friezen overgingen op het Nederlands, wanneer er niet-Turkstaligen c.q. niet-Friestaligen in de buurt waren.
Ik vond dit m.b.t. die Friestaligen nogal opzienbarend, omdat ik uit ervaring weet, hoe snel Friezen zich dikwijls ‘verbreken’, wanneer er zich Nederlandssprekende in hun gezelschap bevinden, ook als die wel Fries verstaan.
Niettemin zou uit dit onderzoek geconcludeerd kunnen worden, dat Turken derhalve ‘socialer’ zijn dan Friezen?
Appels en peren
Het taalgedrag van Friezen en Turken in Nederland kan je natuurlijk niet vergelijken, omdat hun situatie zeer verschillend is. Het Fries is in Nederland een autochtone taal en zeker in het stukje Nederland dat Friesland heet. Het Turks is in dit land een ‘vreemde taal’. Het zou dan ook veel meer voor de hand liggen, om de vasthoudendheid van Turken aan hun taal in Nederland te vergelijken met bijvoorbeeld die van Chinezen of Marokkanen hier.
Overigens zou ik aan de hand van de uitkomst dan nog niet zo snel conclusies trekken in de zin van het meer of minder ‘sociaal’ zijn van mensen. Persoonlijk vind ik het helemaal niet a-sociaal, wanneer bijvoorbeeld Chinezen met elkaar Chinees spreken waar ik bij ben. Wat zij elkaar op dat moment te zeggen hebben, is kennelijk even niet zozeer voor mij bedoeld. Nou en?
Trouwens, over wel of niet sociaal gesproken: het is bekend, hoe erg in Turkije de taal van de Koerden wordt onderdrukt. Als het gaat om het respecteren van mensen die in hun buurt een andere taal spreken, zou je de reputatie van Turken dus wel ronduit slecht kunnen noemen.
Tweetalig Friesland
Of het in Nederland veel beter is? In de praktijk nog lang niet altijd. Het heet, dat het stukje Nederland dat Friesland heet, officieel tweetalig is. Dat zou moeten inhouden, dat mensen in Friesland geacht worden, beide talen tenminste te kunnen verstaan en lezen. Passieve taalbeheersing heet dat. De Friestaligen voldoen daar altijd aan; de Nederlandstaligen lang niet altijd. Dat brengt met zich mee, dat Friestaligen dus niet altijd en overal vrijelijk hun taal kunnen gebruiken, omdat er mogelijk iemand aanwezig is, die hen niet vermag te volgen. Wanneer zij dan toch Fries blijven gebruiken, gewoon omdat zij (terecht!) vinden, dat dat hier moet kunnen, heten ze zomaar ‘diepfriezen’ of ‘fanatiekelingen’, dan willen zij kennelijk aan ‘taalbevordering’ doen, dan heten zij hun taal aan anderen te willen opdringen, dan ‘discrimineren’ zij anderen, ja, dan zouden zij moedwillig anderen buiten sluiten.
Rechten en plichten
In de kerk is het, als het om het gebruik van den Friese taal gaat, stom genoeg dikwijls niet anders. Dan is die taal dus taboe, omdat het gebruik ervan mensen zou buitensluiten. En mensen buitensluiten is natuurlijk niet minder dan vlóeken in de kerk. Dus zou je alleen díe taal mogen gebruiken ‘die iedereen verstaat’ en dat zou dan enkel Nederlands zijn. Frappant is dan trouwen wel het toenemend gebruik van het Engels in heel wat kerken, meer nog, het wegblijven van protesten daartegen van mensen die vinden, dat we in Nederland toch ‘gewoon’ Nederlands moeten kunnen gebruiken.
Maar afgezien daarvan gelden voor Friesland wat dit betreft ‘gewoon’ andere regels. In dit stukje Nederland mag je veronderstellen, dat ook het Fries door iedereen kan worden verstaan en dat die taal derhalve ook in de kerk mag worden gebruikt. Omdat we met elkaar hebben afgesproken, dat mensen in Friesland het récht hebben, om Fries te gebruiken.
Maar dat récht staat of valt natuurlijk wel met de plícht van anderen, om dat recht dan ook te erkennen en te respecteren. Dat is met álle mensenrechten zo.
Pinksterkerk
In heel wat gemeenten hebben ze een ‘oplossing’ bedacht m.b.t. het gebruikt van het Fries in hun kerkdiensten. Daar wordt af en toe een compleet Friestalige dienst gehouden; voor de ‘liefhebbers’ zogezegd. Niet lief-hebbers mogen dan thuisblijven. Ik noem dat, toegegeven, enigszins chargerend wel eens gettodiensten of apartheidsdienst. Op zichzelf ben ik niet tegen af en toe compleet Friestalige diensten, maar ik vind ze in dit tweetalige land minder voor de hand liggend. Al naar gelang van de plaats kan het Nederlands of het Fries domineren, maar met opgelegd ‘exclusief’, dát is: uitsluitend (!) eentalige – in de praktijk overigens veelal Nederlandstalige – diensten wordt mensen geen recht gedaan. En om dat récht gaat het mij hier en nu vooral. Uiteraard zou er, gelet op bijvoorbeeld het gevoel en de beleving van mensen, nog wel veel meer over deze kwestie te zeggen zijn.
Bij ons in Goutum zitten al jarenlang in de grotendeels Nederlandstalige diensten doorgaans ook enkele Friestalige onderdelen: een lied en/of een lezing vooral. En dat vinden wij ondertussen heel gewoon. Van een pinksterfeest vierende kerk, die belijdt dat het in de geest van haar Heer Jezus Christus is, dat mensen elkaar willen (en dan ook: kunnen) verstaan, valt goed beschouwd eigenlijk ook niet anders te verwachten, vind ik.
Ds. Reinder Reitsma is predikant te Goutum en lid van de redactie.
Boarne: Geandewei. Kerkblad voor de Protestantse Kerk in Fryslân, 08-01-2010, jrg. 17, s. 1-2.
FFU: Sa is it en net oars!