De Ried fan de Fryske Beweging vraagt in een brief aan de Eerste Kamer aandacht voor de positie van het Fries in de Wet OKE.
Aan de leden van
de Eerste Kamer der Staten-Generaal
i.a.a. de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Ljouwert, 27 april 2010.
Geachte Kamerleden,
Hierbij vraagt de Ried van de Fryske Beweging op de valreep nogmaals uw aandacht voor de positie van het Fries in de Wet OKE. Aanvankelijk heeft de Ried met verwondering kennis genomen van de negatieve benadering van het Fries in deze wet. De Ried kon zich niet voorstellen dat voorbijgaand aan alle afspraken die er in de loop der jaren waren gemaakt betreffende de positie van het Fries er in deze wet nu plotseling van deze afspraken werd afgeweken. Nadat de betekenis van de tekst echt was doorgedrongen werd de verontwaardiging steeds groter. De rechten die het Fries had verworven werden ineens met voeten getreden. Het Fries is erkend als de tweede rijkstaal en heeft op grond daarvan zijn rechten gekregen. De Ried wijst erop dat Nederland in 1996 het “Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden” heeft ondertekend, dat de Friezen sinds 2005 zijn erkend als nationale minderheid en dat er in de afgelopen jaren drie Bestuursafspraken tussen Rijk en provincie zijn geweest om invulling te geven aan die erkenning. Blijkbaar kan er wat de Friese taal en cultuur betreft in de besluitvorming betreffende een nieuwe wet zomaar voorbij worden gegaan aan alle afspraken die hier boven zijn genoemd. Op grond van al hetgeen wettelijk is vastgelegd is het onmogelijk om de positie van het Fries nu te degraderen. De visitaties en de verslaggeving van het Committee of Experts van de Raad van Europa maken duidelijk dat de naleving van het Handvest in Nederland toch al onvoldoende aandacht krijgt van de nationale overheid. Tot onze verontwaardiging gaat deze wet volledig voorbij aan zowel het oordeel van het Committee of Experts van de Raad van Europa als ook aan de afspraken tussen Rijk en provincie. De Ried had het op grond van alles wat met het Rijk en met Europa is vastgelegd als vanzelfsprekend beschouwd dat er de juiste zorg voor en betrokkenheid bij de taal en cultuur van Fryslân was geweest. De Ried verwijst in dit verband naar de verplichting die het Rijk is aangegaan betreffende de aanpassing van de huidige wet- en regelgeving aan artikel 8 van het Europees Handvest. Het Rijk verplicht zich daarbij de huidige wet- en regelgeving correct in overeenstemming te brengen met de regels van het Handvest. De Ried pleit er daarom voor dat het nu voorliggende wetsontwerp zodanig wordt gewijzigd dat het wettelijk is toegestaan dat het Fries de enige voertaal is in peuterspeelzalen wanneer ouders dat wensen. Wanneer de afspraak was nagekomen om vroegtijdig contact op te nemen met het provinciebestuur over dit wetsvoorstel dat consequenties heeft voor het Fries dan had dit veel onrust onder ouders en begeleiders in peuterspeelzalen en kinderdagverblijven kunnen voorkomen.
Met de meeste hoogachting,
namens de Ried fan de Fryske Beweging,
Dr. R.W. Valk, secretaris
FFU: Sjoch op dit webstek ek it brief fan de FFU oan Deputearre Steaten oer de bedrigings dy’t der foar it Frysk lizze yn de nije wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE). It liket derop dat pjutteboartersplakken dy’t allinnich Frysk as fiertaal hawwe, net (mear) tastien binne. Wy freegje Deputearre Steaten om nei te gean hoe’t it sit en om de eventueel skealike gefolgen dêrfan te kearen (‘Brieven 2019, útgien, 05-02-1010’ > DS:Wet OKE en it Frysk).
Klik op: FFU-DS, wet OKE en it Frysk, 050210.pdf om ús brief oan DS te iepenjen.