Leeuwarder Courant - Gek genoeg begrijpen Limburgers de Friese taal het best. Ook Groningers kunnen er prima mee uit de voeten. Dit blijkt uit onderzoek van Truus de Vries, die is opgegroeid in Lytse Geast en Friese taal en cultuur en communicatiewetenschappen heeft gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij schotelde 227 dialectsprekers uit alle Nederlandse provincies 30 losse Friese woorden voor. De Vries deed dit met een mp3-speler en zonder de woorden in de context van de hele zin te plaatsen.
Limburgers en Groningers wisten 35 procent van de woorden goed te vertalen in het Nederlands. Enkele voorbeelden van woorden die werden voorgelegd zijn freon, wâl, bliuwe en snút. Noord- en Zuid-Hollanders scoorden het slechtst. Noord- en Zuid-Hollanders wisten maar 23 procent van de woorden correct te vertalen.
De uitkomsten verbaasden de onderzoekster. De Vries had verwacht dat inwoners van nabijgelegen provincies als Drenthe en Noord-Holland goed zouden scoren, juist omdat ze in de buurt van Friesland wonen. Bovendien zijn deze streken in het verleden Friestalig geweest. In de verschillende dialecten bestaan nog van oorsprong Friese woorden.
De Vries zegt dat met namen ‘Hollanders’ niets van het Fries willen weten. Sommigen reageerden ronduit woest op de oproep voor het onderzoek. Oudere proefpersonen deden het beter dan jongere deelnemers.
Boarne: Leeuwarder Courant, 08-02-2011, s. 11
FFU: De ‘Hollanners’ litte har wer raar yn de kaart sjen. Dat makket har der net sympatiker op. Mar dat hawwe se sels grif net yn ’e rekken. Miskien rinne de Hollânske provinsjalen wol altiten mei ear- en eachkleppen op of binne se dommer as Limboargers en Grinslanners. Dat ferklearret in soad.