FRANEKER - Dat het zo slecht gesteld is met het vak Fries in het basisonderwijs, komt mede door de passieve houding van veel ouders. Die moeten ‘better fentilearje’ dat ze het belangrijk vinden dat hun kind de Friese taal leert. Zolang dat niet gebeurt, gaan leerkrachten ervan uit dat ouders daar weinig waarde aan hechten en verandert er niets, aldus Jelle Bangma van het Taalsintrum Frysk, onderdeel van de onderwijsbegeleidingsdienst Cedin.
Volgens Bangma komt het Fries in het 10-minutengesprek dat ouders met de leerkracht hebben, nooit aan de orde. “It giet earst oer oare fakken, lykas rekkenjen, en dan is de tiid om.” Uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat veel ouders wel meer Fries op school willen. “Alden hawwe in protte macht op skoalle, mar se litte harren fierstente min hearre.”
Bangma was gistermiddag te gast op het krystkongres van de Federaasje fan Fryske Studinteferienings, dat voor de 73ste keer gehouden werd in de Bogt fen Guné in Franeker. De positie van het vak Fries op de basisscholen was het thema.*
De Inspectie van het Onderwijs concludeerde dit najaar dat slechts 20 procent van de scholen erin slaagt het vak aan te bieden zoals dat volgens de nieuwe leerdoelen zou moeten. Op 6 procent van de scholen wordt helemaal geen aandacht besteed aan het Fries. Volgens Annigje Toering gebruiken scholen de € 5 die ze nu per leerling krijgen voor het Fries, nu vaak voor andere doeleinden.
Ook Toering dichtte de ouders een belangrijke taak toe. Het baart haar zorgen dat Friestalige kinderen door hun ouders niet gecorrigeerd worden op hun Fries, maar wel op hun Nederlands. En omdat de kinderopvang vrijwel geheel Nederlandstalig is, gaan deze kinderen op den duur tegen hun ouders ook Nederlands spreken. “Bern hawwe in taalbad nedich.”
Waarom zoveel moeite doen, vroeg een mogelijk toekomstige ouder, nu nog student, zich af. “Ik soe it hiel aardich fine as myn bern letter ek Frysk prate, mar it hat gjin takomst. Dêrom soe ik se leaver Ingelsk leare.”
Gedeputeerde Bertus Mulder meldde in gesprek te zijn met de pabo’s over hoe het Fries beter verankerd kan worden in het programma. Met de minister overlegt hij over een ruimer mandaat voor de provincie. “Wy kinne no net folle mear dwaan as stimulearje.”
Bangma riep de studenten die ontevreden zijn over de manier waarop zij zelf Fries op school kregen - en dat was de helft -, op een brief te schrijven aan hun basisschool, met het oog op hun nageslacht. “Skriuw mar datst as analfabeet yn dyn eigen taal fan skoalle kommen bist, en datst no op kursus moatst.” En schrijf dan gelijk ook een brief aan de minister om meer bevoegdheden voor de provincie, opperde Roel van Dijk van actiegroep Te Mâl.
Boarne: Leeuwarder Courant, 29-12-2005
*Sjoch ek by Poadium, 27-12-2005, Pieter de Groot (‘Harje’): ‘Better juf út ´e klean as it Frysk útklaaid’.Yn it Frysk Deiblêd stie in ferslach fan it 17de Frysk filologekongres fan de Fryske Akademy fan Gerbrich van der Meer. It kongres wurdt om de trije jier holden. It waard in dei útsteld, fanwegen it hommels ferstjerren fan Jehannes Ytsma (sjoch ek by Aktueel,12-12-2005), meiwurker fan de Akademy en spesjalist op it mêd fan it Frysk ûnderwiis. Ytsma soe de plenêre lêzing fersoargje. Professor Kees de Bot fan de Ryksuniversiteit fan Grins biet no it oerd derôf. Wy nimme in part fan it kranteferslach oer.
Mythen en vooroordelen over Fries
In de lezing van De Bot werd duidelijk dat er veel mythes over meertaligheid bestaan. Kinderen zouden betere taalleerders zijn dan volwassenen? Geen sprake van. Volwassenen kunnen wel meer last hebben van blokkades dan kinderen, vertelt de wetenschapper. Vroeg tweetalig onderwijs zou hetzelfde zijn als tweetalig opvoeden? Nee, zegt De Bot. Simultaan twee talen leren of opeenvolgend maakt veel uit in het proces van taalverwerving.
De bewering dat vroege tweetaligheid zou leiden tot cognitieve of emotionele stoornissen, verwijst hij naar fabeltjesland. ‘Zoals er geen verband te leggen is tussen stotteren en het hebben van twee armen, bestaat er ook geen verband tussen stotteren en een vreemde taal.’
De Bot wees er in zijn lezing op dat je je terecht kunt afvragen of tweetaligheid goed is voor ieder kind. Dat is volgens de onderzoeker afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van de input die het kind kan verwerken. ‘We moeten accepteren dat een gevorderde taalontwikkeling niet voor ieder kind is weggelegd.’
Baat
Verschillende onderzoeken in het buitenland maken echter wel duidelijk dat meertalig onderwijs in ieder geval geen negatieve gevolgen heeft voor taalzwakke kinderen. ‘Ze kunnen er zelfs baar bij hebben doordat ze de mogelijkheid krijgen een taalprobleem vanuit een andere invalshoek te benaderen.’ De Bot maakte duidelijk dat het aanleren van meerdere talen ook kansen geeft; het is een middel om de wereld van het kind letterlijk en figuurlijk te vergroten.
Hilde Hacquebord, directeur van Etoc, het Expertisecentrum taal, onderwijs en communicatie van de rijksuniversiteit Groningen verwees in haar lezing ook naar de mythen over meertaligheid. De media zouden zich daar in hun berichtgeving zelfs regelmatig door laten leiden. Hacquebord ging in haar lezing in op de thuistaal als factor voor schoolsucces. Niet alleen allochtone leerlingen, maar ook autochtone leerlingen uit plattelandsgebieden blijken achterstanden in hun (schoolse) taalvaardigheid te vertonen. Vooral Groningse en Drentse logopedisten en leerkrachten geven daar een eigen draai aan, vertelt de directeur. Niet gehinderd door enige kennis van zaken adviseren ze vaak alleen de schooltaal aan te leren.
Het Expertisecentrum heeft in Oost-Groningen onderzoek gedaan naar het taalgebruik en de leesgewoontes thuis. De onderzoekers hebben bekeken of die deze achterstanden op school kunnen verklaren, los van de taalvariëteit die er wordt gesproken. Wat blijkt: de regiotaal speelt geen rol bij de taalvaardigheid die op school wordt bereikt; wel een negatieve houding ten opzichte van de eigen taal. Het voorleesgedrag geeft ook waardevolle informatie. Hetzelfde geldt voor het gebruik van de computer. Maar het allerbepalendst is het opleidingsniveau van de moeder, vertelt Hacquebord.
Het onderzoek leert dat inzicht in de taalachtergrond van het kind - de rijkheid van zijn thuistaal en het taalaanbod - belangrijke aanknopingspunten geeft voor de leerkracht.*
Bernadette de Jager, medewerker aan de Fryske Akademy, hield de gemoederen behoorlijk bezig toen ze de resultaten van haar onderzoek naar het lezen van basisschoolleerlingen en van vmbo-leerlingen in opdracht van Stichting Lezen bekend maakte. In haar presentatie stond de vergelijking van het leesgedrag van kinderen en jongeren ten aanzien van Fries en Nederlands centraal. Het merendeel van de onderzochte vmbo-leerlingen leest nooit een Fries boek, terwijl hij wel het gevoel heeft dat ‘ie Fries kan lezen’. Tegelijkertijd geven de leerlingen aan Friese boeken saai te vinden. Basisschoolleerlingen denken daar iets genuanceerder over.
Verzuchting alom. Volgens sommigen uit het onderwijspubliek bleek uit het onderzoek weer eens dat onkunde, te weinig motivatie en vooroordelen het lezen in het Fries frustreren.
Gerbrich van der Meer
Boarne: Friesch Dagblad, 16-12-2005
* Sjoch ek Poadium: 29-09-2005, Alden krije faak ferkeard advys oer meartaligens.LEEUWARDEN - De Friese hoofdstad aast op de vestiging van een nieuw Europees onderzoeksinstituut voor kleine talen. Burgemeester Geert Dales verricht al langere tijd lobbywerk om deze nieuw op te richten instelling naar Friesland te halen.
Leeuwarden ziet zichzelf als favoriet voor de vestiging, omdat het de hoofdstad is van een provincie waar tweetaligheid al lange tijd wordt gerespecteerd. Het gemeentebestuur bezoekt het komende voorjaar een taalconferentie in Brussel, waar het opnieuw zal pleiten voor het in Friesland oprichten van dit instituut voor taalverscheidenheid en -verwerving bij minderheidstalen.
VVD-wethouder Tom van Mourik: ‘Om sa'n festiging yn Ljouwert klear te krijen, is it fan belang om by it beynfloedzjen fan de beslútfoarming yn de Europeeske Uny op te arbeidzjen mei ferskate partners lykas de Provinsje en de lanlike oerheid. Deputearre Bertus Mulder fan de Provinsje Fryslân hat oanjûn optein te wêzen mei it nimmen fan dizze foarstap.'
Boarne: Leeuwarder Courant, 16-12-2005LEEUWARDEN - Over ruim een jaar zijn zo goed als alle waternamen in deze provincie officieel verfriest. Alleen Harlingen houdt vast aan de Nederlandse naamgeving voor de wateren binnen de gemeente. Het Bildt en de beide Stellingwerven geven de voorkeur aan de officiële namen in de eigen streektaal.
Gedeputeerde Staten hebben de oude Friese aanduidingen van de wateren vastgesteld op verzoek van een aantal gemeenten. In het vroege voorjaar stellen ook provinciale staten de verordening vast, waarna de provincie binnen een jaar de Friese waternamen her en der invoert. De omzetting is een idee van Bertus Postma uit Beetgumermolen, ijveraar voor de Friese taal. De nieuwe benaming geeft eenduidigheid en cultuurhistorische betekenis, stelt de provincie.
Boarne: Leeuwarder Courant, 14-12-2005
Neiskrift FFU:JEHANNES YTSMA (1947 - 2005)
Betrokken en deskundig taalspecialist
Jehannes Ytsma uit Wergea is vrijdag op 48-jarige leeftijd in Leeuwarden zeer plotseling overleden. Ytsma was senior onderzoeker aan de Fryske Akademy . Hij heeft zich intensief beziggehouden met taalvraagstukken en het onderwijs in Friesland.
Aan de Fryske Akademy coördineerde hij het onderwijsonderzoek. Hij stond aan de wieg van het project ‘trijetalige basisskoalle'. Ook speelde hij een sleutelrol bij grootschalig onderzoek naar taal- en rekenachterstanden in het Friese onderwijs. Hij was een van de organisatoren van de Brekpuntlêzings van de Akademy.
Ytsma heeft vele wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Voor de Leeuwarder Courant verzorgde hij van 1998 tot 2003 de taalrubriek Sisa .
Jehannes Ytsma studeerde pedagogische en andragogische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1995 promoveerde hij in Tilburg op onderzoek naar taalverwerving door leerlingen in het basisonderwijs.
Het zeventiende filologencongres dat de Akademy deze week houdt, gaat in aangepaste vorm door. Ytsma zou er donderdag een toespraak houden. Woensdag wordt hij gecremeerd. De Akademy is dan dicht en het congresprogramma vervalt die dag. Ytsma was getrouwd en vader van twee kinderen.
Boarne: Leeuwarder Courant, 12-12-2005
-------------------------------------------------------------------------------------------------------
Taalsocioloog Jehannes Ytsma (48) overleden
Leeuwarden - Dr. Jehannes Ytsma (48), taalsocioloog aan de Fryske Akademy is afgelopen vrijdag onverwacht overleden. Ytsma werkte sinds 1 januari 1986 voor de Fryske Akademy en was specialist op het gebied van onderwijs in Fryslân. Hij deed onder meer onderzoek naar drietalig basisonderwijs in de provincie en coördineerde het onderwijsonderzoek van de Fryske Akademy.
In 1995 promoveerde Ytsma (Burgum, 1957) aan de Katholieke Universiteit Brabant op het proefschrift Frisian as first and second language (Fries als eerste en tweede taal). Ytsma publiceerde verder over onder andere de vernederlandsing van het Fries, de relatie taal en identiteit en over drietalig basisonderwijs.
Jehannes Ytsma laat een vrouw en twee dochters na.
Boarne: Friesch Dagblad, 12-12-2005
De FFU sil Jehannes mei respekt en grutte wurdearring foar wat er betsjut hat foar it Frysktalich ûnderwiis, yn oantinken hâlde.Leeuwarden - Er moet naast een landelijke canon met bescheiden aandacht voor de Friese taal, cultuur en geschiedenis een provinciale canon komen met veel ruimte daarvoor. Dat vinden de Fryske Akademy, de sectie Fries van de Vereniging van Leraren in Levende Talen en de Feriening Frysk Underwiis . Momenteel stelt een commissie een landelijke canon samen met de belangrijkste momenten uit de vaderlandse geschiedenis. De drie organisaties hebben de commissie geschreven in tegenstelling tot het provinciebestuur ´er in het geheel niet gerust op te zijn' dat er voldoende plek komt voor de Friese cultuur in de landelijke canon.
Boarne: Friesch Dagblad, 10-12-2005
Sjoch foar alle relevante stikken (brief mei bylagen) dêroer ûnder brieven 2005, útgien 07-12-2005.LEEUWARDEN - De eigen historie van Friesland met zijn eigen taal en cultuur moet een plek krijgen in de nationale geschiedeniscanon, die door een landelijke commissie wordt opgesteld. Dat vinden de Feriening Frysk Underwiis, het Pedagogysk Wurkferbân Fryske Akademy en de sectie Fries van de Vereniging van Leraren in Levende Talen. Landelijk zou de geschiedenis van deze provincie een ‘relatief bescheiden' plaats moeten krijgen in het onderwijs, maar op scholen in Friesland een ‘aanzienlijke plaats'.
Boarne: Leeuwarder Courant, 09-12-2005
Sjoch foar alle relevante stikken (brief mei bylagen) dêroer ûnder brieven 2005, útgien 07-12-2005.LEEUWARDEN - Bijna tienduizend peuters in Friesland krijgen taalles uit de Sânglês-rige, een reeks van tien thematische lessen. De Friestalige methode is een paar jaar geleden ontwikkeld met financiële steun van het provinciebestuur.
In totaal zijn nu zo'n 170 van de naar schatting ruim 250 peuterspeelzalen bereikt met de methode, schat Alian Akkermans van de Afûk in Leeuwarden. In totaal hebben tussen de 9500 en 10.000 kinderen kennisgemaakt met de taallessen, die bijvoorbeeld gaan over Sinterklaas en Kerstmis.
Het Sânglês -project besloeg een termijn van drie jaar. In 2003 is ermee begonnen. De Afûk probeert komend voorjaar ook de peuterspeelzalen nog te interesseren die nog niet hebben deelgenomen. Over de tussenstand is Akkermans tevreden. ‘It is in hiel moai risseltaat.'
Boarne: Leeuwarder Courant, 06-12-2005Tongersdei, 1 desimber 2005 promovearren Jabik van der Bij en Renze Valk oan de Universiteit van Amsterdam ta doktor yn de Geasteswittenskippen mei de ferdigening fan har mienskiplik proefskrift Fries in het voortgezet onderwijs, een Echternachse processie.*
Beide promovendy, dy't ôfstudearren yn de pedagogyk, kenne it ûnderwiis yn al syn lagen, likegoed fan binnenút as fan bûtenôf. Jabik van der Bij wie ûnder mear foarsitter fan de ‘fjirde ôfdieling' (Frysk) fan de Provinsiale Underwiisried. Renze Valk wie skriuwer fan dy rie en is de lêste jierren koördinator fan de Koördinaasje- en advysgroep Fuortset ûnderwiis, in groep dy't Deputearre Steaten advisearret oer it Frysk yn it fuortset ûnderwiis.
Har dissertaasje is in evaluaasje-ûndersyk nei de effekten fan it projekt ‘Op weg naar Fries als examenvak in het voortgezet onderwijs'.
Yn Swingel (nû. 13, 2005), it tydskrift fan de Ried fan de Fryske Beweging, is it ûndersyk koart gearfette. Wy nimme hjirûnder inkelde stikken út dy gearfetting oer.
It Frysk op it twadde plak
Yn ´e rin fan de ieuwen hat him yn Fryslân in min ofte mear fêste koade ûntwikkele foar de sitewaasjes dêr't it Frysk en dêr't it Nederlânsk yn brûkt wurde kinne. Nei de midsieuwen is it Nederlânsk hieltiten mear de dominante taal wurden yn tsjerke, ûnderwiis, bestjoerlik ferkear en oare maatskiplike ferbannen. Stadichoan waard it Frysk ferkrongen nei de mear yntimere sfearen fan it doarps- en famyljeferbân. By offisjele gelegenheden koe men net mear mei it Frysk út ´e fuotten.
De foarming fan de Nederlânske ienheidssteat oan it begjin fan de njoggentjinde ieu hat dy ûntjouwings sterk befoardere, nettsjinsteande it hoeden krewearjen fan Fryske bewegers ‘avant la lettre' om it Frysk te behâlden. Yn de njoggentjinde ieu wiene dat steatsboargers dy't op it mêd fan de taal trou oan it gesach wiene en har dêrtroch net fersetten tsjin de nije taaloarder. Oan it begjin fan de tweintichste ieu keas in tal ‘bewegers' foar in mear striidbere hâlding (û.o. Huismans en Kalma), mar har aksjes laten net ta in revolúsje yn de ferhâlding tusken it Nederlânsk en it Frysk. Sûnt de Twadde Wrâldoarloch is dêr wol wat feroaring yn kaam. Guon sjogge de kommoasje dy't ûntstie oer Kneppelfreed (16 novimber 1951) as in trochbraak. It stribjen fan de Fryske Beweging krige yn de jierren santich mear stipe fan de provinsjale oerheid. Mei it ferskinen fan it rapport Fan Geunst nei Rjocht (1983) sette it provinsjebestjoer in koerts yn nei lykweardigens en lykberjochtiging fan it Frysk yn alle domeinen fan de maatskippij.
Ynfloed fan ‘tafallige' omstannichheden
De taalferhâldings yn Fryslân hawwe in hast ûnbewuste groei trochmakke ûnder ynfloed fan ‘tafallige' omstannichheden. It linkendewei ien wurden fan de aparte gewesten yn Nederlân, bestjoerlike en ekonomyske dominânsje fan de beide Hollannen, stagnearjende ekonomyske groei yn Fryslân en migraasje hiene as gefolch dat it Frysk hieltiten mear terrein opjaan moast en de Frysktaligen (soms ûnbewust) in subtyl gefoel ûntwikkelen foar sitewaasjes dêr't it Nederlânsk yn brûkt wurde moast. It funksjeferlies fan it Frysk hie gefolgen foar it fuortbestean fan de taal. Sosjolinguistysk ûndersyk fan de ôfrûne desennia lit sjen dat de grutste bedriging net yn it foarste plak leit yn de funksjeferlies, mar mear yn de yntergenerasjonele taaloerdracht. Taaloerdracht yn de húshâldings is ien fan de earste betingsten foar it fuortbestean fan in taal. Undersyk hat oantoand dat de heterogenisearring troch migraasje en mingde houliken meastal in negative ynfloed hat op de minderheidstaal. In oare faktor dy't de posysje fan it Frysk oantaast, is dat Frysktaligen hiel faak konvergearjend taalgedrach fertoane mei as gefolch funksjeferlies fan de taal.
Wjerslach op it taalgedrach yn it ûnderwiis
De ûntjouwings yn de maatskippij hawwe har wjerslach op it taalgedrach yn it ûnderwiis. Dêr hawwe it Nederlânsk en it Frysk op deselde wize in eigen plak krige. It learen fan it lêzen en it skriuwen barde foar de njoggentjinde ieu al yn it Nederlânsk. Hoewol't der mar in bytsje literatuer is oer de posysje fan it Frysk yn de skoallen yn dy tiid, wurdt algemien oannaam dat it Nederlânsk en it Frysk neistinoar brûkt waarden as fiertaal. Oan it begjin fan de njoggentjinde ieu feroare dat. Fan hegerhân (skoalopsjenners) waarden skoalmasters oantrune om it Nederlânsk te brûken en gjin ‘Boersch Fries'. Dat hat ta gefolch hân dat it Frysk, as ynstruksjetaal likegoed as omgongstaal, hast hielendal út de skoalle ferdwûn. Der ûntstie in sitewaasjes dat de skoalle direkt assosjearre waard mei it Nederlânsk. Pas yn de tweintichste ieu giene der stimmen op om it Frysk in plak yn skoalle te jaan. Yn it earstoan koe dat troch bûten it reguliere lesroaster om Fryske lessen te jaan. Nei 1937 waard it mooglik om ûnder skoaltiid Frysk te jaan. It hat der net ta laat dat de ynwenners fan Fryslân de eigen taal flot lêze en skriuwe koene. Yn dy sitewaasje is gjin feroaring kaam doe't yn 1980 yn it basisûnderwiis en yn 1993 yn it fuortset ûnderwiis Frysk in ferplichte fak waard. Ek oan it begjin fan de ienentweintichste ieu is it gros fan de ynwenners fan Fryslân noch analfabeet yn de regionale taal.
Twa wichtige omstannichheden binne de oarsaak fan dy sitewaasje. It Frysk wurdt binnen likegoed as bûten de skoalle net sjoen as in wichtich betingst foar maatskiplik sukses. Utsein yn inkelde spesifike funksjes is it net needsaaklik dat men yn Fryslân ‘lettere' is yn it Frysk. Lykas bûten de skoalle litte de ‘gesachsdragers' yn de skoalle - de direksjes en de leararen - yn har taalgedrach ûnbewust blike dat it Frysk net sa wichtich is. De twadde omstannichheid hâldt dêr ferbân mei. De posysje fan it Frysk binnen en bûten de skoalle is fan dy gefolgen dat de lessen Frysk meastal sjoen wurde as in ´aardichheidsje'. It telt net of amper mei as rapportsifer. Yn it fuortset ûnderwiis is Frysk in ien-oere-fak, dat allinnich jûn wurdt yn it earste jier. It Frysk wurdt yn it fuortset ûnderwiis amper brûkt as ynstruksjetaal. It gefolch is dat it Frysk noch altiten yn in isolearre posysje ferkeart.
Mei it projekt ‘Op weg naar Fries als examenvak in het voortgezet onderwijs' stribbe it provinsjebestjoer nei in ferbettering fan de posysje fan it Frysk yn it fuortset ûnderwiis. In tal spesifyk oantsjutten aktiviteiten moast derfoar soargje dat der in positivere attitude oangeande it Frysk ûntstie, dêr't it tal learlingen dat it Frysk yn it eksamenpakket kiest, grutter troch wurdt. It projekt waard útfierd op fjouwer skoalmienskippen foar fuortset ûnderwiis yn Fryslân (de projektskoallen).
Konklúzjes
Ut de evaluaasje oangeande it doel dat mear learlingen it Frysk yn it eksamenpakket kieze, wiene twa konklúzjes te lûken. Foarst liket der in ferbân te bestean tusken it skoalklimaat oangeande it Frysk , yn it bysûnder de hâlding fan de skoallieding, en it kiezen fan Frysk. Twad hat in finansjele prikel fan de oerheid in posityf effekt. Dêr is it de skoalle troch slagge in tal behinderings op te romjen. Lykwols sa lang as it Frysk in isolearre posysje ynnimt op de skoallen, sil it dreech wêze en ynteressearje grutte tallen learlingen foar dat karfak. Foar learlingen sil de ‘ekonomyske wearde' fan it Frysk binnen en bûten de soalle werkenber wêze moatte. In posysjeferbettering yn de maatskippij fan it Frysk giet lykop mei de kar fan de learlingen foar dat fak.
Fierder wurket it ûntbrekken fan de saneamde trochgeande learline , it feit dat yn it twadde en tredde learjier gjin Frysk op it roaster stiet, ûntmoedigjend. Der is in suggestje dien om de skoallen nei in kreativere oplossing sykje te litten. It is dêrom spitich dat it ûntwikkeljen fan in earste oanset foar in trochgeande learline (fjirde doelstelling fan it projekt) net troch de skoallen oernommen is.
By de refleksje op de meagere resultaten fan de twadde doelstelling (attitudeferbettering) is de fraach steld oft de ûnderstelling fan it provinsjebestjoer wol de goede wie. It provinsjebestjoer tocht troch middel fan in attitudeferoaring de posysje fan it Frysk te ferbetterjen. Uterlik waarnimber gedrach seit lykwols noch net alles oer de affektive (evaluearjende/wurdearjende) relaasje ta in objekt, saak of persoan. It omkearde jildt ek: attitudeferoaring feroarsaket net altiten gedrachsferoaring. Ek al wurdt it Frysk yn it grut tal domeinen minder faak brûkt as it Hollânsk, dan hoecht dat noch net te betsjutten dat der in negative hâlding oangeande it Frysk bestiet. De skoaren op de attitudeskaal tsjûgje net fan in negative attitude oangeande it Frysk by de learaars en de learlingen fan de skoallen. Dat jildt benammen foar de populaasje Frysktaligen (de gewoane Friezen).
Op grûn fan twa oannamen: attitudeferoaring soarget net rjochtstreeks foar gedrachsferoaring èn de attitude foar it Frysk oer is net negatyf te neamen, is steld dat it ynstekken op attitudeferoaring net mei rjocht dien is. In direkt rjochtsjen op de taalhabitus om in gedrachsferoaring te berikken, sil nei alle ferwachting mear sukses hawwe. Troch it ôfpraten fan konkrete doelstellings sil it bewust omgean mei it Frysk yn de skoallen befoardere wurde. It taalbeliedsplan is in middel om learaars en learlingen dêryn partisipearje te litten.
By skôging fan it projekt út in ûnderwiiskundich perspektyf wei wurdt dúdlik dat de posysje fan it Frysk op skoalle skaaimerken hat fan in ferburgen learplan dan wol in ymplisyt learplan. Frysk en Nederlânsk hawwe elts in eigen posysje dêr't net of eins net oer praat wurdt. By de skoalle heart it Nederlânsk, it Frysk is foar de ûnoffisjele gelegenheden. Learlingen nimme de (meastal net bewuste) taalgedrachskoaden fan de direksje en learaars oer. Om yn dy posysje feroaring te bringe, sil it ymplisite learplan eksplisyt makke wurde moatte. Foar de taalsitewaasje op de skoallen betsjut soks dat de direksjes en de learaars har yn it foarste plak bewust wêze moatte fan de ûnbewuste en net skreaune taalwetten dy't der yn de eigen skoalle hearskje of oars sein har eigen ymplisite learplan werkenne. In goede oanlieding dêrta is it opstellen fan in taalbeliedsplan foar de eigen skoalle dêr't eksplisyt yn makke wurdt op hokfoar wize oft hokfoar taal brûkt wurde sil.
Skoallieding en leararetiim moatte in mienskiplike fyzje ûntwikkelje oangeande it brûken fan Frysk yn de eigen skoalle. Learaars en direksjes sille betsjutting jaan moatte oan de rol en de posysje fan it Frysk yn de eigen skoalle.
It berikke wollen fan de twadde en tredde doelstelling (attitudeferoaring en posysjeferbettering) easket in gedrachsferoaring fan skoallieding en leararetiim. Dat is allinnich te berikken mei in oanpak út it ‘kultureel yndividueel perspektyf' wei. De oanpak yn it projekt wie net trochtocht basearre op dat perspektyf dat direkte en yntinsive belutsenens fan alle tiimleden fereasket.
Oanbefellings
It ûndersyk slút ôf mei in tal oanbefellings dy't, yn ferbân mei it fierder te fieren belied, oan de iene kant rjochte binne op de Provinsje en it Ryk en oan de oare kant op de skoallen foar fuortset ûnderwiis. In belangrike oanbefelling is dat de ferfolchprojekten har net yn it foarste plak rjochtsje moatte op ferbettering fan de taalattitude, mar op gedrachsferoarings yn skoalle. Foar in ferbettering fan de posysje fan it Frysk is it needsaaklik dat it Frysk út de marzjinale rol helle wurdt dy't it no yn de skoalle hat. It hiele leararetiim sil dêryn behelle wurde moatte. Allinnich dan is it mooglik om de taalferhâldings yn de Fryske maatskippij en yn de skoalle bewust te meitsjen en ymplisite learplannen eksplisyt te meitsjen. Bewustwurding is dêrby it begjinpunt fan de feroaring fan de posysje fan it Frysk yn de skoalle. Dy bewustwurding moat folge wurde troch operasjonele ôfspraken oer it brûken fan it Frysk yn en bûten alle lessen. Dêr moatte konkreet ôfspraken oer makke wurde, dy't jierliks hifke wurde en sa nedich bysteld.
It tal lessen foar it fak Frysk sil substansjeel groeie moatte nei minimaal twa lesoeren wyks yn de hiele ûnderbou. De oerheid sil him fasilitearjend opstelle moatte om de feroaringsprosessen yn de taalferhâldings binnen de skoalle de realisearjen. Foar it kiezen fan Frysk yn it eksamenpakket sille de provinsjale en lanlike oerheid befoarderje moatte dat der mear ‘fraach' komt nei wurknimmers dy't Frysk yn har eksamenpakket hân hawwe.
Boarne: Swingel, nû. 13, 2005, s. 3-9
*Jacob van der Bij & Renze W. Valk, Fries in het voortgezet onderwijs, een Echternachse processie. Ljouwert/Leeuwarden: Fryske Akademy, 2005 [FA-nû. 985, ISBN 90 6171 985 2]
Stellings by it proefskrift
By de dissertaasje fan Van der Bij en Valk hearre tolve stellings. Dy binne te nijsgjirrich en te wichtich om dêr net alve fan op ús webstek te setten. De lêste, tolfte stelling ‘Het toppunt van het zeilgenot is de aankomst in de haven' soe net allinnich sjoen wurde kinne as in metafoar foar it yn ûntfangst nimmen fan de bul , dêr't wy de beide ‘jonge' doktors fan herten mei lokwinskje, mar ek foar it realisearjen fan in lykweardich en lykberjochtige plak fan it Frysk oan it Hollânsk yn it primêre, fuortsette en spesjale ûnderwiis. Dy haven hawwe wy noch lang net besyld. Dêrom is der ek in Feriening Frysk Underwiis (FFU) dêr't jou lid* fan wurde kinne of dy't jo op oare wize stypje kinne.
De oare alve stellings
1. Er zal pas sprake zijn van daadwerkelijke gelijkwaardigheid en gelijkberechtiging van het Fries in de scholen in Fryslân wanneer er tenminste evenveel lessen Fries als Nederlands worden gegeven en Fries even vaak als Nederlands als instructie taal wordt gebruikt.
2. De vorming van de Nederlandse eenheidsstaat in de afgelopen eeuwen ging gepaard met een soms bewuste , maar vaak ook onbewuste taalindoctrinatie.
3. Het taalgedrag van de ‘gewone Friezen' is de grootste bedreiging voor het Fries.
4. Overheid en school dienen de etniciteit van leerlingen te respecteren en zich te onthouden van de beïnvloeding daarvan, tenzij de ‘democratic way of live' in gevaar komt.
5. In meertalige situaties dient het verborgen leerplan met betrekking tot taalgedrag geëxpliciteerd te worden.
6. Taalgedrag van leidinggevenden heeft een grotere invloed op de taalcultuur van overheden, instellingen en bedrijven dan taalbeleidsplannen.
7. Taalleraren zijn zich dikwijls onvoldoende bewust dat de belangrijkste taallessen buiten de daarvoor bestemde lessen plaats vinden.
8. In Fryslân wordt door de ‘hegerein' voor de ‘dode cultuur' in de musea meer zorg gedragen dan voor de ‘levende cultuur' van de regionale talen.
9. Fryslân ontbeert een ‘Frysk Sintrum' naar het voorbeeld van het ‘Welsh Office'.
10. Het gedwongen opgeven van het dubbele paspoort verandert niets aan iemands etniciteit en kan juist desintegratie veroorzaken.
11. Afgedwongen integratie is een inbreuk op de eigenheid van de persoon.
Lekepraatsjes
Foarôfgeand oan de promoasjeplechtichheid hawwe Van der Bij en Valk in koarte taljochting op it evaluaasje-ûndersyk jûn oan it omsittend laach fan famylje, freonen en belangstellenden (mei help fan Power Point). Om in goed begryp te krijen fan dy produktevaluaasje jouwe wy twa klikmooglikheden (‘links') om dy saneamde ‘lekepraatsjes' te iepenjen, nammentlik in yn it Frysk útsprutsen ferzje en in Hollânsktalige op skrift útrikte wjergader.
Hjir kinne jo klikke om de beide Frysktalige lekepraatsjes te iepenjen.
Hjir kinne jo klikke om de beide Hollânsktalige lekepraatsjes te iepenjen.
Yn it ‘Ontwerp raamprogramma Partij voor het Noorden’ wurdt wat sein oer it stypjen fan de noardlike streektalen en de útbou fan de streektaalôfdielings (Frysk en Leechsaksysk) oan de Ryksuniversiteit Grins. Yn par. 2.3.2. fan dat konsept stiet it neikommende oer de ‘Steun voor de regionale taal en cultuur’:
‘Het Europees handvest voor regionale talen en minderheidstalen dient als basis voor nationale wetgeving betreffende autochtone, regionale en minderheidstalen in de lidstaten van de raad van Europa. In navolging van het Fries, moeten artikelen uit hoofdstuk 3 van het handvest ook van toepassing worden verklaard op het Nedersaksisch, zodat inwoners van Noord-Nederland zelf mee kunnen bepalen of deze artikelen ook in Groningen, Drenthe en Overijssel daadwerkelijke toegepast zullen worden.
De streektalen worden door de provincies actief ondersteund: in het onderwijs, in het toneel, bij het cabaret, in de literatuur en op andere terreinen waarop dat wenselijk is. De diverse streektaalafdelingen (Fries en Nedersaksisch) aan de Rijksuniversiteit Groningen worden verder uitgebouwd. Individuen en instellingen die zich bezig houden met het instandhouden, beschermen, bevorderen, ontwikkelen, verspreiden en onderzoeken van regionale cultuur verdienen steun van de provincies.
Het is wenselijk dat RTV Noord en RTV Drenthe een grotere plaats in hun programmering inruimen voor de eigen streektaal.’
Boarne: Ontwerp raamprogramma Partij voor het Noorden (i.v.m. de raads- en Statenverkiezingen 2006 c.q. 2007), nov. 2005Leeuwarden - De Groep fan Auwerk presenteert vanavond een Fryske Postsegel. De groep kwam eerder dit jaar met een FRL-sticker op het kenteken voor de auto.
Tijdens de vergadering van de statencommissie Boarger en Mienskip in het Provinsjehûs wordt de postzegel gepresenteerd. Hij is gemaakt samen met Regiopost Noardeast-Fryslân. De postzegel toont het FRL-symbool binnen de sterren van de Europese Unie. ‘Mei dizze segel wolle wy de ynwenners fan Fryslân har gefoel fan Fryske identiteit werom jaan en minsken bewust meitsje fan har Fryske nasjonaliteit', zegt Siwert Reinarda van de Groep fan Auwerk.OLDEBERKOOP - Van de inwoners van Weststellingwerf spreekt 48,8 procent Stellingwerfs, maar slechts 29,5 procent gebruikt het thuis als voertaal. In Ooststellingwerf liggen de percentages op 64,6 en 53,2 procent. Dat blijkt uit de ‘Taaltelling Nedersaksisch', een door dr. Henk Bloemhof van de Stellingwarver Schrieversronte uitgevoerd onderzoek.
Het onderzoek maakt deel uit van een veel breder opgezet onderzoek naar het Nedersaksisch, waarbij ook de stand van zaken in de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel en grote delen van Gelderland in beeld worden gebracht.
In Ooststellingwerf zegt 66,7 procent van de inwoners dat ze Stellingwerfs kunnen lezen en 47,5 procent dat ze dat ook regelmatig doen. In Weststellingwerf kan 77,2 procent van de mensen de taal lezen en doet 52,3 procent dat frequent.
Henk Bloemhof noemt het zorgelijk dat het verschil tussen het beheersen en het dagelijks gebruiken van het Stellingswerfs zo groot is. ‘Veerder maek ik me zorgen as et gaot om et bruken van et Nedersaksisch in de kommende ginneraosies: de kiender en et jongvolk van now. Streektael zal een belangriek plakkien kriegen moeten in et onderwies naost de overdracht thuus.'
Hoogleraar Hermann Niebaum van de Rijksuniversiteit Groningen, met wie Bloemhof samenwerkte voor zijn onderzoek, deelt diens sombere gevoelens. Als we de generaties onderling vergelijken, constateren we een afnemende beheersing en gebruik van de streektaal. Zou deze tendens doorzetten dan zal op den duur de nu nog levende taal Nedersaksisch straks een dode taal worden.'
Tegelijk is Niebaum van mening dat de basis voor het blijvend gebruik van het Stellingwerfs nog bestaat. Inspanningen op het terrein van de taalbevordering moeten volgens hem in principe tot een kentering van de neergaande lijn kunnen leiden.
Boarne: Leeuwarder Courant, 25-11-2005‘Ze kennen hun taal, maar spreken die niet'
Oosterwolde - Schoelpiepen, raetelschellegien, goezebroek en druusken. In de Stellingwerven zijn er nog veel mensen die weten wat deze woorden betekenen, maar buitenshuis zijn ze steeds minder te horen. Dat is de belangrijkste conclusie uit Taaltelling Nedersaksisch van onderzoeker Henk Bloemhoff. Bloemhoff heeft met enquêtes in het hele taalgebied onderzocht hoe het met de beheersing en het gebruik van het Nedersaksisch (waaronder ook het Stellingswerfs valt) is gesteld.
In Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en de Stellingwerven kan tweederde van de bevolking nog Nedersaksisch spreken en lezen. Opvallend is dat maar de helft van alle ondervraagden de taal thuis ook gebruikt. Tussen beheersing en toepassing zit dus nog veel verschil. Verder blijkt dat het gebruik en de beheersing afneemt, naarmate iemand een hogere opleiding heeft.
West-Stellingwerf zit op die gemiddelde percentages, maar in Oost-Stellingwerf liggen ze zelfs nog lager. Daar beheerst de helft van de inwoners de taal nog en spreekt eenderde van de ondervraagden het Stellingwerfs thuis. Volgens Bloemhoff komt dat vooral door het relatief grote aantal nieuwkomers in de gemeenten. ‘Je ziet hetzelfde op de Veluwe, ook Nedersaksisch en een geliefd woongebied. Nieuwe bewoners van buiten de grenzen nemen de taal niet meer over.' Naast de invloed van butermeensken speelt ook de Friese taal een rol. Die wordt nog veel gesproken in Oost-Stellingwerf.
Bloemhoff constateert verder dat in tweetalige gezinnen het Nederlands het bijna altijd wint van het Stellingwerfs. ‘De doorgifte van de taal staat daarmee op het spel.' Buitenshuis blijken taalgewoonten het gebruik in de weg te staan. ‘Vaak weet je van elkaar niet dat je Stellingwerfs spreekt. Daar moet je bij toeval achter komen', zegt Henk Bloemhoff. ‘Dat geeft wel aan dat de taal niet meer vanzelfsprekend is.'
Aan het onderwijs ligt het niet, denkt Bloemhoff. ‘Er wordt zeker in de Stellingwerven erg veel op dat gebied gedaan.' Hij hoopt dat het juist in het onderlinge verkeer weer een rol gaat spelen. ‘Op het schoolplein, maar ook in de krant.'
Erkenning
Europese erkenning van hert Nedersaksisch is daarvoor van groot belang. ‘Dat zou de weg vrijmaken voor belangrijke maatregelen.' Bloemhoff denkt daarbij niet meteen aan geld. Overheden kunnen veel meer doen om het taalgebruik te stimuleren. ‘Vaak maakt een gemeenteraad of rechter er geen enkel probleem van als iemand in het Nedersaksisch spreekt of schrijft, maar nergens staat dat het mag. Ik zou zo graag zien dat dat werd vastgelegd.'Dat verschilt nu nog sterk per provincie ‘Zo is het klimaat in Fryslân een stuk positiever dan in de andere provincies waar Nedersaksisch wordt gesproken.'
Erik Betten.
Boarne: Friesch Dagblad, 25-11-2005‘Verborgen leerplan' zit in de weg
Leeuwarden - Op middelbare scholen in Fryslân staan oude taalpatronen de ontwikkeling van de Friese taal in de weg. Op de scholen is Friese les al jaren gemeengoed, maar buiten deze lessen om doen scholen veel te weinig om het gebruik van het Fries te stimuleren. Dat is de belangrijkste conclusie van de onderzoekers Renze Valk en Jacob van der Bij.
In opdracht van de provincie hebben ze vier scholen vijf jaar lang gevolgd. Deze scholen hadden van de provincie extra geld gekregen om de positie van het Fries te verbeteren. Daarmee werd Fries lesmateriaal voor vakken als geschiedenis en aardrijkskunde ontwikkeld en kregen leerlingen Friese poëzie te lezen.
Dat leidde op alle scholen tot een duidelijke stijging in het aantal havo- en vwo-leerlingen dat Fries als examenvak koos. Buiten het vak Fries gebeurde echter weinig. De houding van leraren ten opzichte van het Fries veranderde maar op één van de vier scholen ten goede, de houding van leerlingen bleef hetzelfde. Ook was er geen effect op het taalgebruik van docenten en scholieren in andere lessen en daarbuiten.
Verborgen leerplan
‘It projekt hat him ôfspile yn ´e marzje fan ´e skoalle', zegt onderzoeker Renze Valk. Volgens Valk hebben de scholen zich niet gerealiseerd dat de reikwijdte van hun project veel groter was dan alleen het vak Fries. Hij wijt dat aan een gebrek aan bewustzijn. ‘De tradysje is om gjin Frysk yn 'e les te brûken'. Valk en Van der Bij noemen dat een ‘verborgen leerplan'. Deze taalcodes hebben een lange geschiedenis. Traditioneel wordt Nederlands nog altijd met officiële zaken, zoals school, geassocieerd. Fries hoort bij het informele circuit. 'Dat sit der djip yn', aldus Valk. Zeker als het gaat om Fries schrijven. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw is het gros van de Friezen nog altijd analfabeet in de regionale taal, stellen de onderzoekers.
Met Van der Bij heeft Valk in zijn onderzoek ook aanbevelingen gedaan om de situatie te veranderen. De directie van een school moet die oude taalcodes aan de orde stellen. Wanneer wordt er Fries gebruikt op onze school, wanneer schakelen we over op het Nederlands? Waarom is dat? Vervolgens moet de directie met de leraren afspraken maken over het gebruik van het Fries en die ook handhaven. Dat is de enige manier om echt iets te veranderen in het taalgedrag van leerlingen en leraren, zegt Valk.
Valk en Van der Bij kennen elkaar al jaren. Via de Onderwijsraad hebben ze zich al eerder met de positie van het Fries beziggehouden. Dat was reden voor de provincie om hen voor dit onderzoek te vragen. De twee hebben er aan de Universiteit van Amsterdam een dubbeldik proefschrift van gemaakt. Op 1 december promoveren ze op het onderwerp.
Boarne: Friesch Dagblad, 23-11-2005LEEUWARDEN - Na een aantal jaren van teruggang is het aantal cursisten Fries van de Afûk dit jaar met ruim 10 procent toegenomen. Telde de Afûk in 2004 892 cursisten, voor 2005 schreven zich 1030 belangstellenden in voor een cursus.
Vooral de cursussen voor niet-Friezen zijn populair. Van de cursisten volgt 55 procent de basiscursus ‘Fries verstaan en lezen'. Eind jaren negentig volgden gemiddeld 1150 mensen een cursus Fries.
Concrete aanwijzingen voor de oorzaak van de stijging zijn er niet, maar bij de Afûk vermoedt men dat het te maken heeft met het aantrekken van de economie, met de inhoud en vormgeving van de nieuwe cursusfolders, de gebruikmaking van direct mail en het actieve beleid van provinciale en gemeentelijke overheden.
Boarne: Leeuwarder Courant, 22-11-2005LJOUWERT - ‘Tomke, Romke en Kornelia boartsje mei kleur en foarm' wurdt oerset yn fjouwer Noardfryske dialekten: It Sölring, Ferring/Öömrang, Mooring en Wiringhiirder . It is it njoggende boekje yn de Tomkerige , in lêsbefoarderingsprojekt foar jonge bern. De oersetting is makke yn oparbeidzjen mei it Nordfriisk Instituut yn Bredtstedt. Dêr wurdt it op 18 novimber ek presintearre.
Boarne: Leeuwarder Courant, 12-11-2005LEEUWARDEN - Een verbeterplan voor het Fries in het voortgezet onderwijs heeft er op vier deelnemende scholen in Leeuwarden, Drachten, Dokkum en Sneek toe geleid dat meer havisten en vwo'ers het vak in het examenpakket kiezen.
Het taalgedrag en de houding van leerlingen tegenover het Fries zijn niet veranderd. Bij de leraren gebeurde dat op drie scholen evenmin. Dit blijkt uit onderzoek van Jaap van der Bij en Renze Valk, waarop zij op 1 december promoveren.
Boarne: Leeuwarder Courant, 11-11-2005LEEUWARDEN - Slechts vijf gemeenten in Friesland hebben een beleid Friese taal en cultuur. Dat zijn Dongeradiel, Oostellingswerf, Ferwerderadiel, Leeuwarden en Wymbritseradiel . In andere gemeenten bestaat wel een beleid, maar ontbreekt de samenhang. Tot die conclusie komt het Berie foar it Frysk in het rapport ‘Taalbelied by gemeenten, in tuskenstân'.
Net als bij het eerste rapport uit 2000 is het tweede rapport gebaseerd op een enquête onder Friese gemeenten op de vaste wal, uitgevoerd door studenten van de Thorbecke Academie . Van de 27 aangeschreven gemeenten stuurden 23 het enquêteformulier ingevuld terug.
Op een aantal terreinen bespeurt het Berie een lichte vooruitgang. Zo spelen gemeenten, door hun steun aan het Tomke-projec t, een grotere rol bij de bevordering van het Fries in de voorschoolse periode. Het aantal gemeenten dat actief bijdraagt aan het vergroten van de rol van het Fries in het basisonderwijs, is gestegen van 12 naar 26 procent. Daar staat tegenover dat de gemeenten minder werk maken van de functie-eisen die aan leraren worden gesteld.
Waar het de functie-eisen aan de eigen ambtenaren betreft, is er de afgelopen jaren weinig veranderd. Slechts 10 procent van de gemeenten verwacht van het eigen personeel dat het het Fries actief gebruikt. Wel schenken meer gemeenten tegenover nieuwe inwoners aandacht aan de meertaligheid van Friesland. Dat gebeurt onder meer in de vorm van een welkomstpakket of een vrijkaartje voor Tryater . Verder betrekken gemeenten het Fries vaker bij hun beleid voor recreatie en toerisme.
Boarne: Leeuwarder Courant, 11-11-2005Grou - De gemeente Boarnsterhim komt het komende voorjaar met een plan om het Fries in het onderwijs te stimuleren. Een FNP-motie hierover is gisteravond in de begrotingsvergadering met dertien tegen vijf stemmen aangenomen. De VVD en twee leden van GB2000 stemden tegen. Wethouder Jenny Bouma raadde de motie af, omdat ze eerst wil overleggen met de scholen.
Uit recente onderzoeken is gebleken dat het slecht gesteld is met het Fries in het onderwijs. De FNP vindt dat een gemeente die als ‘tige Frysk' te boek staat, het Fries op school moet steunen en bevorderen.
Boarne: Leeuwarder Courant, 09-11-2005Dat sei Klaas Bruinsma by de útrikking fan de Obe Postmapriis, dy't er foar de twadde kear krige, en dy't ornearre is foar oersettings yn alle sjenres, út in frjemde taal yn it Frysk en oarsom. Geart van der Meer, de foarsitter fan de advyskommisje neamde de oersettings fan Homerus en Vergilius troch Bruinsma it swiertepunt fan de priis. De sjuery fynt Bruinsma in bûtengewoan betûft oersetter. De FFU ek!
Yn syn tankwurd is Bruinsma tige kritysk oer it minne Frysk dat der yn ús provinsje praat en skreaun wurdt. En ek oer it tekoart oan kwantiteit en kwaliteit fan it ûnderwiis yn it Frysk. As FFU nimme wy dat tige serieus. Wy ûnderstreekje Bruinsma syn oprop, syn appèl: wês wach en warber, hâld de kop der foar! It giet om in Frysker Fryslân.
It folsleine tankwurd fan Bruinsma is hjir oan te klikken.Op 2 novimber 2005 is it Berie-rapport Taalbelied by gemeenten. In Tuskenstân oanbean by gelegenheid fan de middei ‘Frysk en gemeenten' fan de Afûk, de Provinsje Fryslân en it Berie foar it Frysk . It is tastjoerd oan Kolleezjes fan B&W, gemeenterieden, Provinsjale Steaten en ynstellings foar taal en kultuer en ek oan de FFU . It rapport jout de útslach fan in ferfolchûndersyk by Fryske gemeenten yn de foarm fan in skriftlike enkête en in stikmannich portefeuillehâlders taalbelied.
It ûndersyk is yn de earste helte fan 2005 útfierd troch studinten fan it Instituut Economie en Management fan de NHL en troch harren ûndersykbegeliedster. De fragen fan de enkête wiene rjochte op deselde beliedsfjilden as yn it earder ûndersyk út 2000.
Oer it ûnderwiis wurdt it neikommende sein:
‘Op it mêd fan it ûnderwiis binne yn 2005 aardich wat mear gemeenten as yn 2000 aktyf oangeande de foarskoalske perioade, benammen yn de foarm fan stipe oan it Tomke-projekt en dêrmei by it stimulearjen fan it brûken fan it Frysk by boartsjen, foarlêzen, sjongen. Omtinken foar Frysk en twa- of meartaligens as kwaliteitsmerk by it ferlienen fan de fergunning oan foarskoalske foarsjennings is dêrby sa goed as net ûntwikkele. Gjin niget, de Wet Kinderopvang (2005) is noch mar krekt yn wurking kommen; it kostet noch efkes tiid foardat alle gemeenten har eigen rol yn dizze kwestje hielendal eigen makke hawwe.
By it basisûnderwiis fiere no mear gemeenten (26% tsjinnoer 12% yn 2000) aktyf belied oangeande it Frysk as fak en fiertaal en wurdt ek aktiver belied fierd oangeande de kontrakten mei de ûnderwiisbegeliedingstsjinst Cedin. Dêrtsjinoer fiere de gemeenten minder aktyf belied as it giet om it stellen fan funksje-easken oangeande de behearsking fan it Frysk troch de learkrêften of it besit fan it foech Frysk. Der is ek minder eksplisyt omtinken foar de besteging fan de jilden foar materiële stipe (‘Londo-jild'), nammentlik 58% tsjinoer 74% yn 2000.' (s. 9)
Boarne: G.I. Jellema en A.M.J. Riemersma (einred.), Taalbelied by gemeenten. In tuskenstân. Een vervolgonderzoek naar het Fries taal- en cultuurbeleid van gemeenten in Fryslân . Ljouwert: Berie foar it Frysk, 2005 [Berie-rapport 25]
It rapport is te finen op it webstek fan it Berie foar it Frysk: www.berie.nl of www.fryslân.nl/berie. Fierders is ek it nije webstek www.gemeentenenfrysk.nl oan te klikken en te rieplachtsjen.
Neiskrift FFU: ‘Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden' troch Nederlân ratifisearre
It hat, ek yn de Fryske kranten, net folle omtinken krige, mar op 30 novimber 2004 is troch de Earste Keamer it ‘Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden' oannommen. Dêrmei hat Nederlân formeel fêstlein dat yn Nederlân ien ‘nasjonale minderheid' offisjeel erkend wurdt, nammentlik ‘de Friezen'. De fraach foar de FFU is fansels wat de kritearia dêrfoar west hawwe en wat soks betsjut foar it ûnderwiis yn de Fryske taal en kultuer . Hindrik ten Hoeve, dy't yn de Earste Keamer sit foar de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF) giet yn De Pompeblêden (okt. 2005) yn op de betsjutting fan it ferdrach (sjoch ek Poadium, 08-01-2005).
Fiif kritearia
Ut de antwurden fan de ‘Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie' op fragen fan inkelde keamerfraksjes docht bliken dat der fiif kritearia binne om as ‘nasjonale minderheid' erkenning krije te kinnen:
- ‘hun leden hebben de Nederlandse nationaliteit;
- zij onderscheiden zich van de meerderheid van de bevolking door eigen taal, cultuur en geschiedenis, en dus door eigen identiteit;
- zij willen deze identiteit bewaren;
- zij zijn van oudsher op het grondgebied van Nederland gevestigd;
- zij wonen van oudsher binnen een specifieke regio in Nederland.'
Friezen
‘De Friezen in de provincie Fryslân voldoen aan bovengenoemde criteria. [...] Op basis van een representatieve streekproef [1994, Fryske Akademy ] blijkt dat 74% van de inwoners van Fryslân zichzelf desgevraagd als Fries beschouwt. Dit percentage komt overeen - maar valt overigens niet volledig samen - met het aantal mensen dat aangeeft de Friese taal te kunnen spreken . Uit genoemd onderzoek van de Fryske Akademy blijkt dat er verschillende redenen zijn om iemand als Fries te beschouwen: geboren zijn in Fryslân, zichzelf als Fries beschouwen, Friestalige ouders hebben of zelf Fries kunnen spreken zijn criteria die als belangrijk worden ervaren.
In de praktijk blijkt dat deze criteria een zekere flexibiliteit kennen. Enerzijds laten ze alle ruimte aan personen geboren buiten de provincie Fryslân om zichzelf als Fries te beschouwen. Weliswaar genieten de Friezen buiten de provincie Fryslân krachtens de Nederlandse wetgeving minder rechten ten aanzien van het gebruik van de Friese taal in onderwijs, rechtspraak en openbaar bestuur dan de Friezen die binnen de provincie Fryslân woonachtig zijn. Dat geldt ook voor de Friestaligen in het zuidwesten van de provincie Groningen, waar de Friese taal van oudsher als omgangstaal fungeert in het grensgebied met Fryslân. Deze differentiatie in bescherming van Friezen binnen en buiten de provincie Fryslân is naar het oordeel van het kabinet in overeenstemming met inhoud en geest van het Kaderverdrag (zie artikel 10, tweede lid, artikel 11, derde lid, en artikel 14, tweede lid, Kaderverdrag). Anderzijds dient zich ook een categorie van ‘nieuwe Friezen' aan die zich na vestiging in de provincie Fryslân Fries met de Friezen wensen te voelen en Fries leren, als ook aan buitenlandse kinderen die als gevolg van adoptie door Friestalige ouders volledig zijn opgenomen in de Friese samenleving. Het Kaderverdrag ziet in de opvatting van de regering zowel op de ‘oude' als op deze ‘nieuwe' Friezen, mits betrokkenen de Nederlandse nationaliteit hebben en voorzover zij aanspraak wensen te maken op de uit het Kaderverdrag voortvloeiende bescherming van Friezen.'
Ferplichtings foar de steat
De ynhâld fan it ferdrach is yn de algemien mear rjochte op de ferplichtings fan de steat as op de rjochten fan it yndividu. It is de fraach yn hoefier't in lid fan in minderheid foar de rjochter op grûn fan it ferdrach rjochten foar himsels of syn minderheid ôftwinge kin. Mar dêr stiet foaroer dat de steaten oan de Ried fan Europa oanjaan moatte wat se dogge om de ferdrachsregels út te fieren en dat de Ried dat ek kontrolearret troch it beneamen fan in advyskomitee dat de útfiering beoardielet.
Om in yndruk te krijen fan wêr't it no konkreet om giet, jout Ten Hoeve in pear sitaten:
- Alle persoanen dy't ta in minderheid hearre, hawwe it rjocht om frij te kiezen oft se ek as sadanich behannele wurde wolle en út dy kar meie gjin neidielen fuortkomme.
- De partijen ferplichtsje harren derta de omstannichheden te befoarderjen dy't foar de persoanen dy't ta in minderheid hearre, needsaaklik binne om harren kultuer yn stân te hâlden en te ûntwikkeljen en om de wêzentlike eleminten fan har identiteit te bewarjen.
- De partijen fiere gjin belied dat rjochte is op assimilaasje tsjin harren wil fan persoanen dy't ta nasjonale minderheden hearre en hja beskermje dy persoanen tsjin elts optreden dat op sokke assimilaasje rjochte is.
- de partijen ferplichtsje harren derta te erkennen dat alle persoanen dy't ta in minderheid hearre, it rjocht hawwe om harren minderheidstaal frij te brûken , privee en yn it iepenbier, mûnling en op skrift.
It ferdrach biedt minder as it Europeeske Hânfest
It ferdrach besiket minderheden te beskermjen tsjin oerheden dy't harren it rjocht ûntsizze wolle om harsels te wêzen, mar it jout yn ´t algemien gjin ôftwingber rjocht fan yndividuen, mar earder in ‘opdracht' oan steatsoerheden dy't meidogge oan it ferdrach. Men moat it sjen as in útdrukking fan in troch de westerske lannen (teoretysk) beliden tinkwize dêr't oare lannen ta oerhelle wurde kinne. It ferdrach is fan grut belang foar de yntegraasje fan benammen de âlde Sovjet-steaten yn de frije wrâld, mar foar ús biedt it feitlik minder as it Europeeske Hânfest foar regionale talen of talen foar minderheden. Dat jout in dúdliker rjocht op ynspanning fan de oerheid om in minderheidstaal as it Frysk te stypjen.
Likegoed, sa ornearret Ten Hoeve, wurde mei it no ratifisearre ‘kaderverdrag' foar de earste kear de Friezen offisjeel in ‘nasjonale minderheid' neamd. Dat mei ús materieel net folle opsmite, dy erkenning skeakelet ús, ek offisjeel, lyk mei de oare nasjonale minderheden dy't rûnom yn Europa te finen binne. En dy erkenning as ‘ folk sûnder steat ' leveret, neffens it ferdrach, it formele rjocht op om jinsels te wêzen en it rjocht om derfoar te soargjen dat ek yn de takomst te bliuwen. Dat is net alhiel sûnder betsjutting!
Boarnen:It Ministearje fan OCW frege yn 2003 oan de SLO om foar it fak Frysk in learplan te ûntwikkeljen foar it Primêr Underwiis. Dat dûbeltalige learplan is ûnder de titel Frysk oan bod/ Fries aan bod yn oktober 2005 ree kommen en op 19 oktober 2005 oanbean op de konferinsjedei Mear talen, mear takomst fan de Provinsje Fryslân en it Taalsintrum Frysk fan it CEDIN te Oranjewâld.
It learplan wol in ympuls jaan ta de fierdere ûntjouwing fan de kwaliteit fan it oanbod op ´e Fryske basisskoallen. Oan it learplan binne de tuskendoelen en learlinen Frysk taheakke.
De folslein ferzje is te lêzen op en oer te heljen fan www.taalsite.nl (‘bibliotheek' kieze).De commissie gaf in meerderheid aan zich te kunnen vinden in de GS-notitie ‘Kearndoelen en learwegen' en de uitvoeringsnotitie. Door de FNP werd gepleit voor meer ambitie. Een ambitie die is gericht op de ontwikkeling van het kind en de kansen om dit tweetalig op te voeden. Ook wordt gepleit voor de invoering van een eindtoets. Een aantal partijen, o.a. FNP en CDA, gaf aan dat in de notitie het vuur en ambitie wat ontbrak.
Door gedeputeerde Mulder is naar aanleiding van nadrukkelijke vragen van de zijde van een aantal fracties toegezegd dat de 11 punten die door de verschillende fracties eerde op papier zijn gezet, mee zullen worden genomen in de nog op te stellen Nota integraal taalbeleid die de staten nog kunnen verwachten.”
Sjoch foar ús bydragen oan de diskusje yn de kommisje B & M op 21 septimber by brieven 2005, útgien (18, 19 en 21 sept. 2005): FFU-Notysje kearndoelen Frysk autonomy skoallen.pdf; FFU-Gjin differinsjaasje yn kearndoelformulearring.pdf; FFU-Trije misferstannen oer kearndoelen.pdfOp 20 maaie 2005 hat it Berie foar it Frysk, in advysorgaan fan de provinsje Fryslân foar it taalbelied, in advys fêststeld yn it ramt fan de Wet Kinderopvang. It Berie bringt yn dat ramt fjouwer konkrete advizen út.
It probleem is dat kêst 55 fan de Wet Kinderopvang it brûken fan it Frysk yn de foarskoalske foarsjennings noch fakultatyf lit: ‘Daar waar naast de Nederlandse taal, de Fries taal of een streektaal in levend gebruik is, kan de Friese taal of streektaal mede als voertaal worden gebruikt'. It Berie stelt út dêr in ferplichting fan te meitsjen, bgl. sa: 'Op de kindercentra in de provincie Fryslân wordt tevens de Friese taal als voertaal gebruikt en wordt aandacht besteed aan tweetaligheid in de opvoeding.' Dy formulearring soe mear yn oerienstimming wêze mei de Wet op it Primair Onderwijs (WPO). Yn de WPO is it Frysk foar alle learlingen ferplichte en moat it Frysk as fier- en ynstruksjetaal brûkt wurde. Soks akkordearret ek mei it Europeesk Hânfest foar Regionale of Minderheidstalen, dat Nederlân ratifisearre hat, nammentlik; ‘een aanmerkelijk deel van het aan het op school voorafgaande onderricht te bieden in het Fries'.
Ien fan de fjouwer advizen giet oer de takomstige kwalifikaasje fan de liedsters yn de foarskoalske perioade: It Berie advisearret oan Deputearre Steaten om yn it oerlis mei de opliedings foar liedsters yn de foarskoalske perioade (SPW) oan de ROC's yn Fryslân der nei te stribjen, dat struktureel in oplieding ta twatalige liedster opnommen wurdt dy't ek ôfsletten wurdt mei in kwalifikaasje/sertifikaat.'
Klik hjir om it folsleine Berie-advys te iepenjen.
Neiskrift FFU: